Overdenking Pinksteren
11 mei 2008

NPB Oost Twente, Twekkelo

 

We lazen:  Marcus 7 : 24 - 30

 

In onze dienst presenteerde de Enschedese glaskunstenares Christel Burghoorn een installatie, die de ontwikkeling liet zien van rups – pop – vlinder.

 

En we hoorden “Papillons” van Robert Schumann, (uit zijn cyclus “Carnaval”) die het gefladder van de vlinder op schitterende wijze heeft getoonzet.

 

Lieve vrienden,

 

Het is Pinksteren. De vijftigste dag na Pasen, en dat is het feest dat de overgang van dood naar nieuw leven viert.  Het klassieke Pinksterverhaal dat in het 2e hoofdstuk staat van het Handelingenboek in het Nieuwe Testament, vertelt dat allen die Jezus van Nazareth volgden op een plek zijn samengekomen in Jeruzalem. “En het geschiedt eensklaps: vanuit de hemel klinkt een ruisen zoals van een geweldig gedreven ademen en vult heel het huis waar zij zijn gezeten. Er laten zich aan hen zien tongen – die zich verdelen – als van vuur; het zet zich neer op ieder van hen. Zij worden allen vervuld van heilige geestesadem en beginnen te spreken met andere tongen”.

Iedereen wordt aangesproken in zijn eigen taal en verstaat opeens wat het zeggen wil wat er bedoeld wordt met de grote dingen van god.

 

Iedereen wordt bereikt, wie het ook is, welk niveau men ook heeft, Pinksteren is het moment waarop in ieders leven een nieuwe wind gaat waaien, die begrip kweekt voor datgene wat in feite bedoeld wordt met de grote dingen van god.

 

Op Pinksteren 1995 kreeg ik een cadeautje in de vorm van een waaier. Een rode waaier. Rood is de kleur van Pinksteren, van vuur, van enthousiasme. Op die waaier staat een gedicht, van de nederlandse dichteres Anna Enquist. Een echt Pinkstergedicht:

 

“Voel je de wind? Die zal je de kop kosten – waait een zoen naar je gloeiend gezicht, blaast je keel dicht met gruis, stuift je blind, wuift je licht – zal je wiegen, als je weg, als je thuis bent.”

 

Pinksteren gaat over het waaien van wind,  de wind die inspiratie brengt kunnen we zeggen, de geschiedenis van het oude griekse woord psyche, dat, zoals we zagen ziel én vlinder betekent, leert ons dat het vanouds al betekende : een kracht die het leven naar ons toeblaast, die leven in ons blaast, maar het is ook een kracht die je van je stuk kan brengen!.

 

Een nog ouder woord, het Hebreeuwse woord Ruach, betekent hetzelfde. Het betekent wind, en ook:  ingeblazen adem van de geest, inspiratie zeggen we dan. Als de wind van de inspiratie blaast, worden we vernieuwd, we worden enthousiast voor het bestaan. Er waait een frisse wind, die oude vastgeroeste houdingen omver blaast, we worden opnieuw aangesproken, in een taal die voor ons begrijpelijk is. En we worden als het ware in staat gesteld om een nieuw begin te maken. We worden “uit onze cocon gehaald”, waarin we vastgeroest zaten.

 

Het verhaal dat we kozen vanmorgen, uit het evangelie naar de beschrijving van Marcus, handelt over een moment uit het leven van Jezus van Nazareth, dat we misschien wel een Pinkstermoment kunnen noemen, want in dat verhaal gaat het ook over een frisse wind die waait.

 

Jezus van Nazareth is een wijze rabbi, die het altijd beter weet. De christelijke traditie heeft Jezus vaak eenzijdig afgebeeld: alsof hij god zelf is. Met name de vrijzinnige traditie, die graag het gewoon menselijke ziet in het optreden van mensen (zelfs het vermogen heeft om het menselijke te zien in het denken en doen van een tegenstander!), die traditie  er altijd op gesteld geweest om Jezus vooral te typeren als een leraar.

 

Maar in de verhalen over het optreden van Jezus komen maar weinig mensen voor die hem op gelijkwaardige wijze van repliek weten te dienen. Je zou kunnen zeggen dat hij altijd en eeuwig het hoogste woord heeft en ook bijna altijd het laatste woord.

Je vraagt je wel eens af: OK,  hij leert dan wel veel aan anderen, maar steekt hij zelf nog wel eens wat op?

 

In de verhalen die over hem gaan heeft hij als het ware altijd de wind in de rug, hij heeft de Geest in de rug. Er lijkt voortdurend sprake te zijn van eenrichtingsverkeer. Leert de leraar uit Nazareth zelf ook nog wel eens wat?

 

Jezus is vertrokken naar een streek die we in onze tijd Libanon noemen. ”Naar de grenzen van Tyrus”…. Hij treedt in de voetsporen van de profeet Elia, die eens moest uitwijken omdat ze hem achterna zaten. De kritische boodschap van Elia vond geen gehoor.

En ook Jezus, op zijn beurt, zoekt rust. Even geen mensen om me heen. Nu even niet, zeggen we dan.

 

Daar in Libanon, treedt een Griekse vrouw naar voren met de vraag of Jezus een boze geest uit haar dochter wil jagen. Jezus reageert ronduit arrogant: hij zegt: “het is niet goed om brood dat bestemd is voor de kinderen aan de honden te geven. Laat eerst maar de kinderen verzadigd worden”. Eigenlijk klinkt dat als: Eigen volk eerst! “De boodschap die ik verkondig is eigenlijk alleen maar bestemd voor m’n eigen volk”.

 

De ontmoeting tussen Jezus en de Griekse vrouw lijkt een ijzig moment te worden, maar toch verandert het in een leerzaam gesprek tussen twee mensen die zich voor elkaar openstellen. Ze inspireren elkaar, zou je kunnen zeggen. De vrouw houdt namelijk vol, ze zegt “dat de honden toch de kruimels opeten die de kinderen laten vallen. “Ook de honden eten van de kruimels” is in feite een wijs antwoord. De vrouw weet zich doordat ze dit antwoord geeft notabene te meten met Jezus. Ze is aan hem gewaagd. Ze is namelijk van mening dat er “in de kruimels toch nog zo veel zit dat helend is!”

 

Jezus krijgt de wind van voren, dat betekent dat de Geest hem niet alleen maar in de rug blaast, met hem meewaait, maar dat hij door de tegenspraak van die vrouw geinspireerd wordt om te weten waarvoor hij leeft. Hij wordt als het ware “terugverbonden” naar zijn eigen traditie! (Hoe religieus is dit moment!)

 

Het is dus niet alleen maar een ontmoeting tussen twee mensen en twee culturen, de joodse cultuur van Jezus van Nazareth, (sinds de 2e wereldoorlog vergeten we nooit meer dat Jezus een joodse,  tora-getrouwe rabbi was!) en de griekse cultuur van de vrouw, maar dit moment is een aanzet tot grote verandering van inzicht bij Jezus en zijn volgelingen. De goede boodschap van bevrijding van mensenlevens betekent niet:  eenzijdig communiceren, maar vraagt juist om dialoog! Jezus en de vrouw zijn geen ongelijkwaardige partners, maar zijn mensen die aan elkaar gewaagd zijn! Je ziet het beeld als het ware veranderen: eerst stelt Jezus zich arrogant op, afstandelijk, niet toegankelijk, maar door de manier waarop de vrouw volhoudt en hem van repliek dient wordt hij enthousiast. Hij is zelf weer even leerling, zouden we kunnen zeggen.

 

Ik vind dit verhaal een echt Pinksterverhaal, waar Jezus, doordat hij de wind van voren krijgt, weer beseft hoe wezenlijk belangrijk de traditie is waar hij uit voortkomt en die hij op zijn unieke wijze vorm geeft. Het is de traditie van de Tora! In die traditie staat iets heel belangrijks centraal.  Het is de visie op de mens die partner van God is. Dat is heel belangrijk om vast te houden.

 

Waarom knappen zo veel mensen af op religieuze tradities in onze tijd?

 

Omdat het eenzijdige beeld van een almachtige god dat eeuwenlang is verkondigd zo de nadruk heeft gelegd op de macht, en op de eenzijdigheid. En dat maakt mensen zo klein, zo machteloos. Moderne mensen willen graag serieus genomen worden in hun verlangen om ook een bijdrage te leveren aan de voltooiing van de schepping, aan het herstel van geschonden relaties, aan kwaliteit van het leven, aan het inrichten een rechtvaardige samenleving!

 

De traditie van de Tora die het mensbeeld hanteert dat de mens partner van God is, net zo als God de partner van de mens is, stamt uit de tijd dat Mozes in de woestijn God ontmoet. Mozes heeft de opdracht gekregen om het volk te leiden door de woestijn, dat kale randgebied, waar mensen moeten overleven. Hier in ons welvarende Nederland zouden we dat niet zo makkelijk zeggen, maar toch: door velen wordt het leven ervaren als een woestijn, een kaal bestaan. Om in zo’n situatie op een goede manier samen te leven hebben wij mensen een standaard nodig, een regel om je aan vast te houden zodat samenleven echt mogelijk wordt. Die standaard zouden we kunnen zeggen zijn de Tien geboden, dat is de Tora, de wegwijzer die samenleven mogelijk maakt.

 

Mozes twijfelt, hij zegt tegen god: maar dat kan ik helemaal niet, leiding geven aan mensen die bij het minste of geringste elkaar in de haren vliegen.

Namens wie moet ik zeggen dat ik die opdracht tot mijn leiderschap eigenlijk krijg? En dan klinkt het woord van de Eeuwige: als ze naar mijn naam vragen, zeg dan maar dat ik heet: ik ben er bij aanwezig. Ik ben je partner, en jij bent mijn partner, en jij,  Mozes, moet, met hulp van die tien woorden, de mensen  leiden, zodat ook zij leren partner te zijn van elkaar, om de menselijkheid te bevorderen. Als je niet beschikt over een standaard als de Tora, is het hek van de dam en blijven mensen hangen in het gevecht om de vraag wie er de sterkste is.

 

In de ontmoeting van Jezus met de vrouw die hij in Libanon ontmoet krijgt hij de wind van voren, maar het is heilige wind, heilzame wind, tegenwind die hem, zoals in het gedicht van Anna Enquist, de kop kost. Hij komt bij zijn positieven, hij wordt in ieder geval weer in balans gebracht.  Hij beseft, dat de Tora, de standaard waarmee wij mensen menselijkheid in de wereld kunnen brengen, niet alleen maar voor zijn eigen volk bestemd is, maar voor alle mensen. Dat wordt bedoeld met : “iedereen wordt aangesproken in zijn eigen taal” uit het Pinksterverhaal.

 

De vraag die bij dit alles gesteld wordt is: hoe kwam het nu dat de Tora gegeven werd in de woestijn en waarom niet in het land Israel?

Het antwoord is: De Tora werd gegeven in de woestijn, in het openbaar, voor allen zichtbaar, openlijk.

Als de Tora was gegeven in het land Israel, dan had het volk Israel tegen de wereldvolken kunnen zeggen: “Jullie hebben er geen deel aan”. (En dat lijkt verdacht veel op de toon die Jezus even aanhief in zijn ontmoeting met de Griekse vrouw).

Daarom werd de Tora gegeven in de woestijn, in een land dat van niemand is, in het openbaar, voor allen zichtbaar, openlijk. En iedereen die de Tora wil ontvangen, kan komen en de Tora ontvangen.”

 

In deze dagen van gedenken en herdenken in de maand mei is het goed om stil te staan bij een uitspraak die een groep joodse rabbijnen  deed na de Holocaust.

 

Zij zeiden: “Na alle verschrikkingen die we hebben meegemaakt, geloven we niet meer in god, maar we zullen ons houden aan zijn Tora!”

 

Zij houden vast aan wat er in de Talmoed ( de uitleg van de Tora) staat:

drie daden houden de wereld in stand:

1). De studie van de Tora, (de mens is een lerend wezen)

2). Het gebed, (de mens blijft zich bezinnen op zichzelf en op zijn relatie met god en de mensen),

3) Daden van vriendschap (de mens is een sociaal handelend wezen).

 

Onlangs was er een interview bij de VPRO-televisie te zien met een engelse filosoof, John Gray, naar aanleiding van zijn nieuw verschenen boek “Zwarte Mis”. Een pessimistisch geluid. Hij zei: slechts in technologische zin is de mensheid een beetje opgeschoten, moreel en politiek in het geheel niet.”

 

Gray roept eigenlijk “de woestijn” op. Maar als je bedenkt dat de 3 punten uit de Talmoed veel waarde kunnen hebben, dan is er voor mensen, voor onszelf dus,  de kans om ondanks “de woestijn” oases te vinden of “aan te leggen”.

 

Het verhaal over de ontmoeting tussen Jezus en de Griekse vrouw leidt tot het inzicht dat de traditie van Jezus van Nazareth universeel is. De mens is partner van god, anders gezegd, de mens die spirit, geest, in zich draagt waarmee hij of zij een bijdrage leveren kan aan de humanisering van de wereld! Net zo als we de “psyche” van god kunnen definiëren als “heilzaam partnerschap”, dat soms ook het karakter van flink “tegenspel” kan hebben.

 

In het verhaal van vanmorgen kwam de inspiratie die Jezus zelf ontving dus niet uit eigen kring maar van een heel andere kant. Dat maakt dit verhaal universeel. De wind van voren krijgen is incasseren, maar o zo leerzaam en o zo heilzaam, want het leidt tot vernieuwd inzicht. Tot het inzicht dat we allen partner zijn in het proces dat de wereld vernieuwt en menselijk maken kan.

 

De wens die ik voor Pinksteren voor U heb is dat U allen die frisse wind van inspiratie mag voelen, zodat U gevoed en geinspireerd Uw bijdrage kunt leveren,  waar U maar bent hoe u ook bent, aan het menselijk maken van de wereld. Zo hebben wij allen deel aan de grote dingen van god, we zijn partner in dat aangrijpende maar o zo kansrijke proces!

 

Amen.

 

Terug