Overdenking


gehouden tijdens de Pinksterdienst van de
Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB,
afdeling Oost Twente,
in de Johanneskerk, Twekkelerweg 110,
Twekkelo (gem. Enschede).


27 mei 2007, Jeanne Traas-Hageman, voorganger

 

Teksten: Jesaja 11 : 2-3,

1 Korinthe 12 : 7-11, beide teksten gaan over de gaven van de geest.

 

Intro: Luisterlied  "Misschien vannacht" van Paul van Vliet (melodie Billy Joel)

In elke vrouw - in elke man
Zit een verlangen groot of klein
Om in dit leven als het kan
Eén keer gewichtloos vrij te zijn.

Vrij van verdriet en niet meer bang
Niet meer alleen en los van toen
Omarmd door oeverloos geluk
In staat iets kolossaals te doen.

Die ene dag, die ene nacht
Niet meer te vragen van: Waarom?
Maar zeker weten: Dit ben ik
En dit gevoel daar gaat het om.

In elke vrouw - in elke man,
Zit een verlangen diep verstopt
Om in dit leven - als het kan
Eén keer te voelen dat het klopt.

Die ene dag - die ene nacht
Die ene man - die ene vrouw
Waardoor je één keer zeker weet:
Dat deze aarde draait om jou!

Als je dat één keer hebt gevoeld
En je dus weet dat het bestaat,
Dan moet je tot je laatste snik
Onthouden dat het daar om gaat.

Een wonder komt soms onverwacht
Je weet het nooit, misschien vannacht!

 

 

Lieve vrienden,

 

Pinksteren is vanouds het feest van de oogst: mensen zijn blij met wat de aarde voortbrengt. We herinneren ons nog dat het in Nederland jaren lang gewoonte was om in het najaar de dankdag voor het gewas te vieren: men was gewend om uiting te geven aan de blijdschap over wat de aarde voortbrengt, zodat mensen in ieder geval geen honger hoeven te lijden.

 

Die gedachte aan de blijdschap om wat mensen aan het samenleven bijdragen proberen wij hier in Oost Twente uit te drukken doordat wij de eerste dienst van het nieuwe seizoen in september de naam dankdag te geven.

 

Het liedje van Paul van Vliet is een liedje van verlangen naar de oogst in een mensenleven, het drukt dat ook uit, dat verlangen dat mensen diep verborgen in zich dragen om vrucht te dragen, om gekend te worden, om mee te tellen, om iets wezenlijks bij te kunnen dragen, om iets "kolossaals te doen", kortom,  het is het verlangen naar het gebruik van de gaven van de geest die we allemaal gekregen hebben.

 

De apostel Paulus, die veel bemoedigende brieven heeft geschreven aan de kleine geloofsgemeenschappen die zich vormden rondom het verhaal van de mens met het hart in zijn hoofd, de mens die die gaven van de geest volop gebruikte, Jezus van Nazareth, Paulus zette in zijn brief aan de Galaten in Klein Azie nog eens het contrast met die gaven van de geest op een rijtje: dan heeft hij het over  de werken van het vlees: over de noemer van het menselijk onvermogen, dat de gemeenschap afbreekt, en daar vallen onder:

 

vijandschap, twist, afgunst, woede, intriges, ruzie, partijdigheid, jaloersheden en wat dies meer zij.

 

Paulus noemt die dingen om beter te kunnen aanvoelen wat dan de vruchten van de geest zijn, die onder de noemer van de liefde vallen, en hij zet de kenmerken op een rijtje:

vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

 

De gaven van de geest hebben eeuwenlang velen geïnspireerd tot het maken van verhalen en liederen. Zoals een oud lied : "Veni Creator Spiritus, kom Scheppende Geest" (onze organiste Liga Vilmane zal na deze overdenking een versie van het Veni Creator Spiritus spelen van de componist Pachelbel), en ook: "Veni Sancte Spiritus, kom Heilige Geest":   "Wàs wat is vervuild, besproei wat is verdord, genees wat is verwond, buig wat is verstard, koester wat is verkild, leid wat is verdwaald".

 

Het verlangen naar de gaven van de geest leidt ons binnen in een grote rijkdom, waar bovendien het getal zeven als het getal van de volheid naar verwijst.

 

Pinksteren is het feest van de oogst, en in de termen van de menselijke vermogens is het het feest van de begeestering, de inspiratie, de bemoediging ook. Het is ook het feest van het onverwachte en het onvoorziene, van het verrassende, van het Altijd Nieuwe en Andere. Het is een vurig feest, van de inspiratie. Vandaar de kleur rood!  Van de bloemen en de kaarsen hier op de tafel. Het is ook het feest van de frisse wind die waait, die ons enthousiast maakt voor het gebruik van het beste wat in ons is, en waardoor we in verbinding staan met inspiratie van een hogere orde.  Ja, Pinksteren is het feest van Iets.

 

Veel mensen zullen tegenwoordig, als hun gevraagd wordt of ze in God geloven, antwoorden dat ze vermoeden dat er wel "iets" is, een hogere macht, iets dat hen te boven gaat. De huidige minister van onderwijs, Ronald Plasterk, heeft daar in een column die hij schreef ooit de term "ietsisme" voor bedacht.  Nu kun je je laatdunkend uitlaten over dat ietsisme, alsof het een vervaging zou zijn van godsgeloof. Maar wie of wat god is dat weten we toch nooit,  dat is een mysterie. Je zou kunnen beseffen dat mensen die zeggen in "iets"  te geloven eigenlijk aangeven dat het onmogelijk is om dat mysterie, dat Iets in menselijke taal te beschrijven. Zij staan, vaak zonder dat ze het zelf weten, in de traditie van de grote mystici, die tot in het inzicht zijn gekomen, vroeger en nu ook, dat de Eeuwige alle menselijke beelden te boven gaat, overstijgt zelfs. De middeleeuwse mysticus meister Eckhart zegt van god te houden als van "niemand",  omdat hij weet dat ieder beeld dat god als een iemand, als  een persoon voorstelt hem tekort doet. De zestiende-eeuwse mysticus, Johannes van het Kruis, een karmeliet, sprak over god als over "ik weet niet wat".

 

We kunnen de Eeuwige niet in woorden vangen, niet in beelden en niet in definities. We benaderen alleen maar dat geheim door ons  stille vermoeden dat we door het werken met die eigenschappen,  die gaven van de geest,  waardoor we verbinding teweeg kunnen brengen tussen mensen,  als het waren samenwerken met dat onuitsprekelijke geheim.

 

Hoe ziet zo'n mystieke ervaring, zo'n ervaring waardoor je in aanraking komt met dat "Iets", er uit?  Er zijn wel een paar  kenmerken te noemen:

 

- je voelt je opgenomen in het geheel, je hebt een eenheidservaring, een verbondenheid met alles wat is, met het al, "ut omnes unum",  staat er op de buitenmuur van onze Johanneskerk! Het is het verlangen dat mensen een eenheid zullen bereiken, dat ze éen zullen worden in dat beleven van de verbondenheid van allen met alles;

 

- er is verlies van het ik-besef, het ver overschrijden van de eigen individualiteit, (het liedje van verlangen van Paul van Vliet wijst daar ook naar toe: meemaken dat het klopt, dat je niet opgesloten hoeft te blijven in je zelf, maar dat ook jijzelf iets bij kan dragen aan het geheel);

 

- je hebt een ervaring van intens en optimaal geluk;

 

- de tijd speelt even geen rol meer, er is geen tijdsbesef;

 

- heel onverwachts en in een onbewaakt ogenblik overkomt het je, je hebt er zelf eigenlijk niet de hand in.

 

Ik vraag U nu te kijken naar de prent op achterkant van de orde van dienst. Het is de boom die alle mogelijke vormen van "inkadering" laat zien, van stelselvorming, systematisering van geloof zeg maar, zoals ze op onze wereld te vinden zijn. Het is de boom van de vormen, die in de loop van de mensengeschiedenis ontstaan zijn uit dat ene ogenblik, dat menselijk besef dat er iets is dat groter is dan wijzelf, dat ons een ervaring bezorgt vol liefde dat we allemaal meetellen, en die ervaring daagt ons uit daar ook iets van te laten zien, het doet een appèl op ons om "erbij te blijven".  Ook al laten velen tegenwoordig allerlei vormen van "inkadering" los, het verlangen om verbonden te zijn met een groter geheel is sterk en zal blijven.

 

Religieuze ervaring

Op de voorkant van Uw orde van dienst staat een gedicht van de nederlandse dichter Martin Bril. Ik liep er kortgeleden tegenaan, toen ik boodschappen deed, ik zag het op een raam geplakt, en schreef het snel over, achterop een kassabonnetje:

 

"Wat we willen:

 

    Momenten

 

                           van helderheid

 

         of beter nog: van grote

 

                                 Klaarheid

 

                  Schaars zijn die momenten

 

                  En ook nog goed verborgen

 

                         Zoeken heeft dus

 

                       Nauwelijks zin, maar

 

                              Vinden wel

 

     De kunst is zo te leven dat het je overkomt

 

                   die Klaarheid, af en toe"  (M.Bril)

 

 

Soms moet je wachten, soms een leven  lang. Soms overkomen ons veel moeilijkheden, we worden tegengewerkt door van alles en nog wat.

 

Levenskunst begint als we de moeilijkheden die ons overkomen gaan zien als een appèl om er meer mens van te worden. En vooral als je ouder wordt krijg je daarvoor veel kansen: de toenemende beperkingen, soms moet je incasseren dat je afhankelijk wordt van anderen, er is soms teleurstelling in onszelf, in anderen, in onze kinderen, en ook er is de eenzaamheid die vaak verborgen wordt.

 

Het werken met onze gaven van de geest, onze spiritualiteit, heeft als doel dat we kijken hoe we met deze moeilijkheden kunnen omgaan.

 

We kunnen naar binnen keren, de stilte opzoeken. Tijdens de voorbereiding van deze dienst las ik enkele zinnen van de nederlandse filosofe Carolien van Bergen.  Ik voel me zeer verwant aan haar als ze het leven beschrijft als het maken van een reis. Zij beschrijft hoe de moderne mens vaak het vliegtuig neemt, en dan, nadat de grootste bagage is afgegeven op de luchthaven, moet wachten in de transitoruimte, voordat in het vliegtuig kan worden gestapt. In die ruimte zit je dan te wachten, met je zelf alleen en je hebt de meeste bagage losgelaten, achter je gelaten. De ruimte is van een grote kaalheid. Daar ligt ook de verwantschap met de oude verhalen die vertellen over de mens die door de woestijn trekt. Er zit een flink stuk ontreddering in zo'n situatie.  Je moet je overgeven aan het reisproces zelf, je moet leeg worden.  "De transitoruimte is een tussenruimte". In ons blad "De Nienduur"schreef ik al dat ik de term "de tussenruimte" trouwens wel een mooie term vind voor een geloofsgemeenschap.

 

In de christelijke traditie is het Pinksterfeest het begin van de kerk.

 

Misschien mag ik daarom vandaag nog eens zeggen hoe ik de functie van deze geloofsgemeenschap in Oost Twente zie: voor mij is het de plek, de ruimte,  de "tussenruimte", waar we toekomen aan het ontspannen, aan het leeg worden, waar we de moed bij elkaar schrapen om hele sterke zekerheden eens even los te laten, waar we naar binnen keren, waar we stil worden, onszelf gelegenheid geven om aan reflectie toe te komen, om de diepte in te gaan en daar niet bang voor zijn, en ook is het de plek waar we onze dankbaarheid kunnen uiten. Een mens die naar binnen keert wil aan zijn diepste waarheid raken, en dan komt hij ook zijn diepste angst tegen, maar je leert door te durven stil te worden daar niet meer bang voor te zijn, je wilt  tot je wezenlijke ik komen. En dat is een spiritueel verlangen.  Het is toekomen aan de kennis van het hart. Er groeit alleen maar een grotere gevoeligheid voor wat het leven is. Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is. Zo kun je vertederd kijken naar een klein kind. Je ziet tegelijk aan het springen van een klein kind hoe ongrijpbaar en hoe kwetsbaar het leven is en wat een genade het is dat een mens het krijgt en dat je er heel voorzichtig mee moet zijn, en dat je het  gebruik van de gaven van de geest nodig hebt: liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, geloof om veel te vragen, geloof om veel te geven. Een zevenvoudige waaier aan gaven.

 

Het is de kunst om zo te leven dat het je overkomt, die klaarheid, af en toe, zegt de dichter. Ik hoop van harte dat de geloofsgemeenschap hier, vooral  de ménsen van de geloofsgemeenschap, in de ontmoeting met elkaar, die momenten van ruimte en stilte, van bezinning,  aan elkaar zullen kunnen bieden. Om geraakt te worden, maar ook om diep te beseffen dat het goed is dat we er zijn, dat het klópt met ons, en dat onze levenskunst zal worden gekenmerkt doordat we aan het werk gaan met die gaven van de geest.  Momenten van klaarheid, zoals de dichter zegt, daar verlangen we naar, we hebben ze nodig om te weten wat we kunnen en moeten doen, om tot tien te tellen, tegenóver ons ongeduld om impulsief te handelen, te wachten op het goede moment om te handelen, die momenten van klaarheid wens ik U allen van harte toe, vandaag, en in de tijd die komt. Amen.

 

Jeanne Traas-Hageman

 

Terug