OVERDENKING PINKSTEREN 2011

TWEKKELO, NPB Oost-Twente

 

We begonnen onze dienst zoals gewoonlijk met stilte, dit keer gevolgd door een “zinprikkel”:

“Stilte is de dragende grond van woorden en klanken....

   Stilte is het mysterieuze wit in ons leven...........”

 

We zongen o.a. een verwoording van het 12e eeuwse Pinksterlied:

Kom, O Trooster, heilge Geest” (mel. LVDK 135)

Kom O Trooster, Heilge Geest,
zachtheid die de ziel geneest.
Kom o vrede in de strijd,
lafenis voor 't hart dat lijdt.
Kom verkwikking zoet en mild,
rust die alle onrust stilt.
Was wat vuil is en onrein,
overstroom ons dor domein,
doe weer vloeien onze bron.
Zalf de ziel die is gewond.

Maak weer zacht wat is verhard,
koester het verkilde hart.
Licht dat vol van zegen is,
schijn in onze duisternis.
Neem de harten voor u in,
maak de mensen welgezind.
Slechts door uw geheime gloed,
rijpt de mens tot alle goeds.
Kom o Trooster, heilge Geest,
zachtheid die de ziel geneest.

We lazen Psalm 27, de ontroerende psalm die uitdrukking geeft aan het menselijk verlangen om te “wonen” in een veilige, én inspirerende omgeving, juist omdat we ons vaak angstig en bedreigd voelen........

 

Lieve vrienden,

Het is Pinksteren, de vijftigste dag na Pasen. We herinneren ons dat het Pinksterfeest vanouds een oogstfeest is. Maar, wat wordt er nou eigenlijk geoogst?

Toen Lucas zijn verhaal over het Pinksterfeest schreef (we vinden het terug in Handelingen 2 in het Nieuwe Testament, over al die enthousiaste mensen in Jeruzalem, die opeens in alle talen elkaar leken te verstaan, omdat ze bezield werden door heilige, helende Géest), lag, ik weet het zeker, naast hem op tafel het boek Exodus. Dat vertelt over de uittocht uit Egypte. Het oude volk werd uit het diensthuis van de onderdrukking geleid naar de bevrijding. Je kunt het een vlucht noemen, maar het oude volk spreekt nog steeds van een “geleid worden uit de onderdrukking”. Door een kracht, een vreemde openheid die in hen was gekomen, voor inspiratie, en die hen vleugels gaf en liet doorzetten. Misschien kunnen we, door dat oude verhaal op ons te laten inwerken, wel gaan spreken over “God als de ínwezige kracht”.

Lag met Pasen het accent op die uittocht, met Pinksteren ligt de nadruk op wat een lijdensweg uiteindelijk opleveren kan. Pinksteren is het feest van het vuur dat in mensen werkzaam wordt, als ze beseffen dat ze écht vrij kunnen zijn, als ze helemaal door de ellende heen hebben durven gaan, ze kunnen gaan loslaten, en ze kunnen écht gaan leven.
Mensen worden opnieuw enthousiast om het leven aan te durven, zeg maar, ze raken los, onthecht zeggen we tegenwoordig, van alles wat verblindt en verstart. Met het verhaal van Pinksteren wordt het zichtbaar aan de mensen dat ze vrij kunnen zijn, én dat ze toe kunnen komen aan hun vermogen om te leven mét de gaven van de geest: wijsheid, liefde, verstand, inzicht, kennis, moed, sterkte, eerbied.

Zo kunnen we zeggen dat het Pinksterfeest, een oogstfeest dus, de voltooiing is van het Paasfeest.

Voor mij is dit mijn laatste Pinksterdienst hier in Oost-Twente. Ik neem immers afscheid met Pasen 2012. Volgend jaar met Pinksteren is de situatie hier anders.

Hoewel we zojuist zeiden dat het Pinksterfeest er allereerst de uitdrukking van is dat mensen opnieuw vurig van Geest kunnen worden ondanks en na zeer moeilijke perioden, was het ook altijd de gewoonte om met Pinksteren aandacht te schenken aan de kerk. Want al die enthousiaste mensen uit het bijbelverhaal van Lucas besloten destijds een gemeente te vormen, een ekklesia, en vanuit die gedachte is, zoals wij weten, het instituut kerk gegroeid, en in de 4e en 5e eeuw is het tot een echt instituut geworden. Ik spreek liever over geloofsgemeenschap. Ik wil het daar vanmorgen met U over hebben, ook omdat kortgeleden aan mij de vraag gesteld werd hoe ik nou eigenlijk tegen de kerk aankijk. Welnu, ik zal proberen daar nu iets over te zeggen.

De geloofsgemeenschap is een letter

   “Uit nutteloze noodzaak schiep de kunst de mens … “
   (Ramsey Nasr, dichter des Vaderlands)

Ik geloof niet in een toekomst voor de kerk zoals die nu is. Er is behoefte aan een nieuw soort geloofsgemeenschap. Een open gemeenschap die zich herkent in de Hebreeuwse letter Beth. In de volgende regels hoop ik uit te leggen wat ik hiermee bedoel. Dat doe ik aan de hand van drie dingen die belangrijk zijn in mijn leven: pelgrimage, poëzie en presentie. Ik zal dit verduidelijken.

Ik beschouw het leven dat ik leef als het maken van een pelgrimage. Tijdens die reis vernieuwt mijn inzicht zich voortdurend: over zaken die heilig zijn, die banaal zijn, die ‘af’ zijn, die ‘onaf’ zijn, die vol vreugde of tragisch zijn, die angst creëren of die vertrouwen wekken. Maar ook en juist door de dilemma's waarmee ik tijdens die reis geconfronteerd word, worden individuele kwaliteiten en tekorten op de proef gesteld. Het leven is dan ook een ‘queeste’ te noemen: het is een zoektocht, een avonturentocht die zelfkennis oplevert.
Mijns inziens is dan ook dé vraag die voortkomt uit die reis, de volgende: ‘Mens, wie ben jij? Wat is je antwoord op wat je meemaakt?’ Dat is uiteraard een antwoord dat steeds weer kan veranderen.

Nu is het zo dat ik vaak zelf niet zomaar duiden kan wat ik meemaak. Daarom zeg ik: ‘Ik leer, van jongs af aan, vertrouwd te raken met allerlei verschijnselen op mijn weg’. Wat mij daarbij vaak heeft geholpen en nog steeds altijd helpt is de poëzie, in de ruimste betekenis van het woord.

Poëzie betekent letterlijk ‘maaksel’. Maar het gaat dan wel om maaksels die mij diep in mijn hart en mijn bestaan raken. Zomaar opeens, zonder dat er opzet in het spel was of is, raakt een of ander maaksel mij. Ik word er zelfs door veranderd. Dat kan een gedicht zijn, een verhaal, een oude bijbeltekst, een stuk muziek, een schilderij, een foto, een installatie (dat is een ruimtelijk kunstwerk dat door een beeldend kunstenaar is opgebouwd, uitgestald of opgehangen op een speciaal daarvoor uitgekozen locatie, waarmee hij of zij een denk-concept wil uitdrukken). De gedrevenheid van de maker van deze dingen heeft iets voortgebracht dat bij mij herkenning oproept, of me een vraag stelt. Ik zeg daar ‘yes!’ op. Ik voel mij erkend in mijn gevoel en word daardoor méér mens. Ik zeg zelfs, mét de dichter Willem Barnard: ‘Zonder poëzie geen schepping’. Zó werken maaksels, zo schept poëzie de méns. Poëzie lijkt vaak “nutteloos”, maar blijkt “noodzaak”.

Ik heb zelf de kracht mogen ervaren van één van de sterkste maaksels uit de geschiedenis van de mensheid. Dat is 'Beth', de hebreeuwse letter B. Deze letter betekent ‘huis’. De letter lijkt op een klein open bushokje, een vierkantje dat aan één kant open is. Eenvoudig, maar doeltreffend. Door stil te staan bij de symboliek ervan wordt duidelijk dat we te maken hebben met een huisje dat ons drie dingen geeft. Het biedt ten eerste grond onder onze voeten. Daarnaast geeft het een steuntje in de rug. Tenslotte verschaft het een eenvoudig dak boven ons hoofd.

Omdat de letter aan één kant open is, wordt het vierde aspect van de symbolische waarde begrijpelijk: het ‘huisje’ inspireert de mens tot het ontwikkelen van een ‘open geest’. Tot het opbrengen van openheid voor datgene wat er op je weg komt. Maar ook tot het leren overwinnen van angst bij de ontmoeting met alles wat anders is dan je denkt. Kortom, het beeld wérkt. Ik zeg dan ook vaak: ‘Ik woon in de letter Beth.







Ik houd van de sfeer van een pretentieloos huisje, zoals de letter Beth uitdrukt. Ik kan er onderweg in of onder schuilen. Maar ik wil me daar ook vrij blijven voelen, anderen ontmoeten, ik wil er álle zaken die het leven biedt ter sprake brengen. Ik wil er leren, van oud en nieuw materiaal dat wordt aangeboden. Bovendien wil ik er voorwaarden scheppen, zodat mensen geraakt, bemoedigd en geactiveerd kunnen worden. Uiteraard met gebruikmaking van allerlei vormen van poëzie, die ik in brede zin opvat, zo moge duidelijk zijn.

In de maand mei bevonden mijn man en ik ons in Houston, Texas, in de VS, en we brachten onder andere daar een bezoek aan de stilte-kapel van Mark Rothko. Hij was kunstenaar, geboren in 1903 in Daugavpils in Letland. Hij kreeg het verzoek van het echtpaar De Menil, kunstkenners en verzamelaars in Houston, om een gewijde plek te creëren. De kapel is achthoekig, en aan de binnenkant hangen veertien schilderijen van Rothko, uitgevoerd in diepzwarte en paarse tinten die worden beschenen door het zonlicht dat door het dak komt. Vanuit de hele wereld komen mensen van alle ( geloofs) richtingen naar deze plek, waar het stil is, en waar je kunt mediteren en tot gebed kunt komen. Het is een plek van universeel karakter, zo zal eens overal ter wereld “geloofsgemeenschap” er uit gaan zien, denk ik. Stilte, en bezinning, is hard nodig, om de werkelijkheid van het bestaan toe te laten, maar het is niet de bedoeling daarin te verstarren; we kunnen verder komen, tot aan een innerlijke transformatie toe! Meer weten? zie www.rothkochapel.org.

Voor mij is het begrip ‘kerk’ te veel gaan samenhangen met een log instituut vol pretenties. Ik voel me er niet meer vrij. Ik heb last van de eenzijdige kijk op onderwerpen. Deze instituten hebben ook positieve dingen voortgebracht, we hoeven alleen maar te denken aan alle prachtige oude teksten en liederen die behoed zijn gebleven, maar toch ben ik mijn vrijheid pas gaan beseffen en beleven toen ik me losmaakte van het instituut. 'De kerk' bekijkt - hoe serieus ook - alles slechts vanuit het christelijk perspectief. Ik leerde dat er niet één, maar wel 'negenennegentig' interpretaties mogelijk zijn van oude verhalen. Het volgen van de ontwikkelingen in de vergelijkende godsdienstwetenschappen maakt ons vertrouwd met die verschillende interpretaties. Het gevoel voor diversiteit wordt er door ontwikkeld. Onze moderne wereld is één en al diversiteit. De uitdaging aan ons moderne mensen is: bruggen bouwen tussen al die verschillen!
Ook leerde ik buiten de kerk over presentie en compassie. Dat laatste is het universele vermogen waarmee mensen het bestaan met elkaar uithouden. Het is iets anders dan medelijden! Daarover spraken we al eens eerder. Compassie stelt mensen in staat tot het zonder pretentie present te zijn in elkaars bestaan, niet weg te lopen als het moeilijk is, en om van mens tot mens te bouwen aan een levenshouding waar het vertrouwen groeien kan. Het komt dus neer op de praktijk, waarin die houding functioneert. Bovendien is het unieke van de presentiebenadering dat men denkt vanuit de mensen zelf, waarbij zijzelf het initiatief houden!

Een sterk voorbeeld van de waarde van presentie is te vinden in onze eigen stad Enschede. Toen we de vuurwerkramp achter ons hadden werd besloten géen kerk meer te bouwen in de wijk Roombeek, maar een Huis van Verhalen, waar mensen vrij zijn (nog steeds) om hun eigen verhaal te vertellen, waar niet directe oplossingen te vinden zijn, maar waar zij zich serieus genomen voelen.

In een geloofsgemeenschap die de kenmerken heeft van de letter Beth komen mensen aan zulke dingen toe. Dáarin wil ik wel geloven. Daar worden zaken voortdurend duidelijk gemaakt die tot doel hebben ons te 'voeden' voor het omgaan met het dagelijks leven in deze tijd. Het gaat uiteindelijk om het ontwikkelen van een constructieve houding van mens tot mens.

Binnen de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB bestaat sinds jaar en dag het begrip ‘Bijtanken’. Daarmee wordt helder en overtuigend uitgedrukt wat voorgangers, leden en belangstellenden zoeken in deze gemeenschap: zij willen een eenvoudige plek waar mensen worden geïnspireerd, door inspiratiebronnen van allerlei aard. Hierdoor kunnen zij samen energie opdoen om te leren en om voort te kunnen gaan. In een geloofsgemeenschap als Beth kunnen we bijtanken forever, altijd maar door. Mensen kunnen in zo'n pretentieloze sfeer bovendien worden geïnspireerd om hun eigen bijdrage te leveren aan de dienst aan de samenleving.

Ik acht de tijd rijp om te stellen dat we naar een tweede Reformatie toegroeien. De hoofdgedachte van de eerste Reformatie bestond er uit dat de lijn tussen 'de bron van het bestaan' - hoe je die ook noemt -, en de mens een directe lijn is. Er is dus geen priester of iemand anders als bemiddelaar nodig. De tweede Reformatie zal laten zien dat ook een log instituut zoals de kerk voor velen niet meer nodig is. Mensen willen liever zelfstandig blijven zoeken naar pretentieloze plekken waar ze kunnen leren. Waar ze écht iets opsteken over zaken die over henzelf gaan. Waar ze kunnen bijtanken en waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Door de ontmoeting zullen ze ook meer mens worden.
Moesten “de gevestigde kerken” het vooral hebben van de interpretatie van Het Woord, (zij waren goed in teksten), de huidige religieus geïnteresseerde zoekt de beleving, de ervaring".

Geloofsgemeenschappen met een eenvoudig karakter – volgens de letter Beth - kunnen door hun aanbod een antwoord worden op de behoefte van mensen van deze tijd om serieus genomen te worden in hun zelfstandige zoektocht naar inspiratie. Deze gemeenschappen kunnen voeden en toerusten voor de omgang met het eigen bestaan, en voor een zinvolle ontmoeting en relatie met anderen.

Mijn gedachten over een tweede Reformatie vielen op hun plaats toen ik het kunstwerk ‘De mens met het hart in het hoofd’, van de Yemenitische kunstenaar Zadok Ben-David in het museum ‘Beelden aan Zee’ te Scheveningen aanschouwde. Het kunstwerk laat de ontwikkeling van de mensheid zien – van aap naar rechtop lopende mens -. De laatste mens heeft het hart in het hoofd en wordt voortgetrokken door een kind.





De kunstenaar laat zien hoe kortgeleden in de geschiedenis van de mensheid het nog maar is dat het ‘hart in het hoofd’ is terecht gekomen. Het hart in het hoofd staat voor leven-met-compassie. Dat blijkt, ondanks alles, een mogelijkheid te zijn voor mensen, overal ter wereld. Het is een hoopvolle gedachte. Eeuwenlang waren mensen immers alleen maar aan het overleven. Als we niet oppassen gaat alleen dát proces door! Er is echter een verlangen, daar ben ik zeker van, om daaraan tegenwicht te bieden. En om toe te komen aan het leven mét de gaven van de Géest, zoals gezegd de oogst van Pinksteren.

Het is met name de jongste generatie, die van het kind, die de volwassen mens als het ware blijft uitdagen om authentiek, geïnspireerd én met 'het hart in het hoofd', op betrouwbare en geloofwaardige wijze, in de wereld te staan. Met de blik op de toekomst, en met een levenshouding van vrijheid en compassie. Zo'n houding is hoopvol, tegen alle angst in. Het is dezelfde angst die wij allemaal beleven tijdens onze ‘queeste’.

De jongste generatie van nu komt nog heel weinig in de kerk. De ouders komen er immers vaak ook niet meer. Maar het verlangen van kinderen naar authentieke volwassenen die aan hen voorleven hóe te leven, blijft bestaan. Priesters, dominees, kerk, vaststaande liturgie, ze spreken op dit moment velen niet meer aan. Maar de ‘Beth-geloofsgemeenschap’ daarentegen …...

De Tweede Reformatie zal doorzetten. Daar ga ik van uit!

Toen ik deze overdenking aan het uitwerken was “ontving” ik opeens een mooi gedicht, het is gemaakt door Willem Barnard. Het “huisje”, de letter Beth, werd door dat gedicht opeens een “vogelhuisje”. Kwam dat mooi uit bij m'n Pinkster-overdenking! Pinksteren nodigt ons ook uit om zwaarte los te laten, te worden als een vogel, licht te zijn. Makkelijk is het allemaal niet, maar het gaat dan ook om oefenen, oefenen, en nog eens oefenen, in ballast loslaten, in licht worden, zoals die vogel, die het symbool is van Heilige Geest. Zo'n Beth-huisje kan daarbij misschien behulpzaam zijn!


Afscheid van de vogels – Guillaume van der Graft (Willem Barnard)

Wie werkelijk gelooft is als een vogel.
De paradijsboom die de wereld is
staat voor de naderende duisternis,
de vogels zingen godlof-in-den-hoge.

Ze zijn er zeker van dat morgenvroeg
de zon weer schijnen zal, de zon weer schijnen,
alles weer met de wereld in het reine,
een dag, een handvol leven is genoeg.

De vogels leven zonder aarzeling.
Kon ik mij zo volkomen overgeven
aan wat mijn roeping is, toekomst of niet.

Want ik geloof toch in de god van 't leven
die sterfelijk over de aarde ging?

Maar ik ben altijd kleiner dan mijn lied...



Bescheiden, maar niettemin vol hoop gaan we verder met onze pelgrimage......

Amen.


Jeanne Traas-Hageman

Na de overdenking verraste Daria Fedorchenko, onze pianiste, ons met:

de Parafrase van een thema uit de opera Rigoletto, van de componist Franz Liszt
( Daria speelt in dit Liszt-jaar na iedere overdenking een stuk van Liszt. Hulde!)

 

TERUG