Overdenking Pasen 4 april 2010 NPB Oost- Twente


We lazen uit het Johannesevangelie hoofdstuk 20 : 1-18.


Lieve vrienden,


De periode van de veertig dagen voor Pasen die nu afgesloten is in onze NPB Oost-Twente niet ongemerkt voorbij gegaan.


Afgelopen zondag, 28 maart, het was Palmzondag, in de middag, waren velen aanwezig hier in de Johanneskerk, bij de powerpoint-presentatie over Kruiswegstaties, die werd verzorgd door collega Elske Bast en haar echtgenoot Jan. Aan de hand van prachtige kleurenfoto's van kruiswegstaties, gemaakt door moderne kunstenaars of van staties uit oude kerken, en met mooie bijpassende muziek en gedichten, stonden we stil bij de lijdensweg die Jezus van Nazareth ging. Het was een prachtige bijeenkomst, waar we zeer onder de indruk vandaan zijn gekomen.


En afgelopen dinsdag, 30 maart, zijn we met een groepje naar het Münsterland gereden, en hebben daar op drie plaatsen hongerdoeken bekeken. In kerken in Schöppingen, Billerbeck en Nottuln.


Hongerdoeken hangen vanaf de eerste dag van de veertig dagentijd, op Aswoensdag, direct na Carnavalsdinsdag, tot aan Witte Donderdag in Katholieke kerken, vooral in het Münsterland, en door die levensgrote doeken wordt ons het zicht op het altaar, en op verdere pracht en praal, ontnomen. Met de hongerdoeken, die ook vaak elementen van de lijdensgeschiedenis laten zien, wordt de mens die ze aanschouwt ook bepaald bij het eigen kruis, wat we zelf dragen tijdens ons leven, en dat er voor ieder anders uitziet, én ook worden we bepaald bij de vraag naar welke mogelijkheden we hebben om verlichting te brengen in dat lijden, van onszelf en de anderen.


Het bezig zijn met die Kruiswegstaties, en het kijken naar de Hongerdoeken heeft wel een paar reacties opgeleverd:


Een van onze nieuwe leden (ze kon vandaag niet in de dienst zijn vanwege familieverplichtingen) vroeg: "Ik ben benieuwd hoe jullie van de NPB hier nou tegenaan kijken, tegen die eigenlijk gruwelijke beelden van zo'n man die onschuldig wordt veroordeeld en terechtgesteld, en als ik dan kijk naar reportages op de TV over de Mattheus Passion, dan denk ik: wel mooie muziek hoor, maar het verhaal is zo verschrikkelijk! Vroeger, zo vervolgde ze haar betoog, hoorde ik van kindsafaan bij een kerk waar die hele gang van Jezus van Nazareth ook nog vastgelegd was in een geloofsbelijdenis, en daar kan ik toch echt niet meer mee instemmen hoor!"


Ik heb haar toen geantwoord dat datgene wat we hier in de NPB centraal willen stellen eigenlijk DE VERWONDERING is, over al die verhalen, en over de poëzie, en over de muziek. Het heeft ons allen kennelijk iets te vertellen, maar we willen toch graag zelf blijven denken én tolerant zijn, want ieder heeft mogelijkerwijs een andere visie, of interpretatie. Bij de NPB hebben we niet de ambitie om geloofsbelijdenissen te formuleren, maar wel om vragenderwijs te zoeken met elkaar naar een betekenis die ons verder helpt om met dit bestaan om te kunnen gaan. We vermoeden dus dat die verhalen iets kunnen betekenen voor ons. En we willen daarbij het vertrouwen niet verliezen, we willen niet ontmoedigd worden! Want voor ons is geloven zoiets als diep vertrouwen hebben én behouden om hier onvoorwaardelijk en zinvol te mogen zijn. En er mee voor te zorgen dat niet alleen wijzelf, maar ook de anderen dat mogen beleven, dat ze er onvoorwaardelijk en zinvol mogen zijn!


De uitkomst van ons gesprek was in ieder geval dat we veel baat hebben en zullen hebben bij onderlinge uitwisseling, in groot of klein verband, over de vragen die door die vaak oude verhalen, en die beelden enz. worden opgeroepen.


Kijkend naar die hongerdoeken in het Münsterland stelden we elkaar ook van dat soort vragen: wat betekent al die symboliek toch, en kun je nog zeggen dat het kruis dat Jezus van Nazareth droeg onze redding is?


Het verhaal van Pasen gaat in ieder geval een stap verder dan het kruis, dat symbool staat voor het onschuldige en ondraaglijkste lijden dat de mens overkomt. Het verhaal van Pasen gaat over het loslaten van het kruis! Over hervinden van hoop en het overwinnen van wanhoop!


De vier evangelieschrijvers Lucas, Mattheus, Marcus en Johannes hebben op hun manier verslag gedaan van die wonderlijke ervaring van de opstanding uit de dood van hun vriend Jezus. Kan dat, is dat dode lichaam van Jezus na de begrafenis plotseling tot leven gekomen, het graf uitgewandeld en er stiekem tussenuit geknepen? Zou het ooit mogelijk kunnen zijn een natuurwetenschappelijk bewijs te leveren voor die lichamelijke verrijzenis?


Wij moderne mensen weten intussen gelukkig dat je die verhalen niet letterlijk hoeft te nemen. Ook weten wij dat de verhalen naar de traditie gemodelleerde mythes zijn, die veel ouder zijn dan de bijbelverhalen, en die altijd over goden gingen, en dus ook over goden die uit de dood opstonden. Dat op zichzelf is al een hele bevrijding. Het gaat erom dat we inzien dat de boodschap, de spiritualiteit van Jezus met zijn dood niet afgelopen was. Zijn boodschap blijft universeel van kracht en blijft bestaan: die bestond uit: vasthouden aan de kracht van de Liefde, aan het vasthouden van mededogen met hen die kwetsbaar zijn, aan het opkomen voor solidariteit en rechtvaardigheid, aan het vasthouden aan de hoop, aan het geworteld zijn in Godsvertrouwen, die geestkracht haalt de steen weg die op je hart ligt, en dat alles blijkt sterker te zijn dan de dood.


Eerst geloof je dat niet, want een geliefd iemand verliezen aan de dood is ondermijnend, betekent een amputatie, en brengt je hevig aan het twijfelen. Ongeloof, wanhoop, verslagenheid, al die emoties gaan door jezelf heen, en dus ook door de vrienden en vriendinnen van Jezus van Nazareth, en die beschrijvingen in het evangelie bieden herkenning, gaan dus ook over onszelf, slaan op ons eigen verdriet, wanneer iemand onschuldig en door geweld, hoe dat er ook uitziet, wegvalt uit onze kring.


Pasen is, hoe je het ook wendt of keert, het feest dat viert dat liefde en menselijkheid sterker zijn dan de dood, dat deze krachten het laatste woord hebben. Mensen die in hun verdriet steun hebben aan elkaar beleven ook nog eens dat de dood tenslotte mensen aan elkaar verbindt, in plaats van dat het ze uit elkaar drijft. De dood sluit de ogen niet, ze opent ze juist. De ogen van de levenden gaan open en die zien in alles wat er na de dood van een geliefde gebeurt hoe hij of zij er gewoon ís, in kinderen, in vrienden, familie, en soms zomaar, op straat, thuis, in boeken, in muziek, in huisdieren, in ogen en in dromen. Die gedachte, dat de dood verbindt, die gedachte is het waard om vast te houden!


Dat is troostend, en ook troostend is de beeld-symboliek die gebruikt wordt door de evangelist Johannes wanneer hij Maria Magdalena portretteert die, nadat ze het lege graf heeft aanschouwd, de man tegenkomt in wie zij de tuinman ziet, de hovenier. De hovenier, de tuinman, de mens die alles weet van grond, zaden, groei. In de ontmoeting met de hovenier komt de herinnering boven aan de uitspraak die haar en hun meester, Jezus van Nazareth, eens gedaan heeft, midden in de periode dat hij in het middelpunt van de belangstelling stond. Van dichtbij en van veraf kreeg hij aandacht. Hij stond in de schijnwerpers. Wat wil je nog meer? Jij, Maria Magdalena, je hoort opeens bij een populaire meester die achternagelopen wordt door de hele wereld, of anders gezegd: de hele wereld kwam in beweging om hem te volgen!


Waarom werd Jezus van Nazareth eigenlijk zo populair?


Karl Jaspers, psychiater en filosoof, (1883-1969), grote vriend van Hannah Arendt, heeft het zó verwoord in zijn boek over Socrates, Boeddha, Confucius, Jezus (herdruk 1999 van de oorspronkelijke uitgave in 1960):


"Jezus heeft alle bestaande ordeningen van de wereld achter zich gelaten. Hij zag in dat álle ordeningen en gewoonten farizeďsch werden, (wettisch, vol voorschriften), en hij toonde de oorsprong van waaruit die ordeningen en gewoonten kunnen worden ómgesmolten, ómgevormd. De grond van alles wat er in de wereld is wordt definitief weggeslagen; er is niets wat daarvan wordt uitgezonderd. Alle ordeningen, de banden van de piëteit, van de gevestigde instellingen, van de redelijke zedewetten, storten in. Alle taken vallen weg tegenover de oproep om God te volgen naar zijn rijk",


en dat wil zeggen:

je hárt te laten spreken, met warmte en liefde leven!


En temidden van die periode van groeiende populariteit doet Jezus zijn uitspraak waarin hij zegt dat de tijd aangebroken is dat hij, mensenkind, "tot zijn eer moet komen". Alsof hij in de gaten had dat zijn succes heel dichtbij gekomen was. En dan, midden in die succesperiode, valt het woord: "ALS DE GRAANKORREL NIET IN DE AARDE VALT EN STERFT, BLIJFT ZIJ ALLEEN, MAAR ALS ZIJ STERFT, BRENGT ZIJ VEEL VRUCHT VOORT".


En de woorden die daarop volgen zijn: "wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven klein acht in de wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven".


Wat een vreemde woorden waren dat, opeens. Graankorrel, vallen, sterven, maar ook en vooral: veel vrucht dragen.


Johannes heeft in het 12e hoofdstuk van zijn evangelie deze woorden opgeschreven, over die graankorrel. Die woorden vallen dus temidden van het succesvolle optreden van Jezus. En toch: veel mensen op de been brengen is niet het succes waar Jezus voor gaat, hij gaat voor iets anders. Hij wijst de richting van de akker-van-de-aarde, de diepte-van-de-grond. Het donker van de verborgenheid. Ogenschijnlijk verloren gaan. Sterven. Doodgaan.

en toch: langs die weg gaat iets komen, wat bij ondergang onvoorstelbaar is: vrucht dragen, in veelvoud. Verliezen wordt kennelijk winnen. Loslaten wordt rijkdom.


Jezus als meester-tuinman, als hovenier, die eigenlijk de vraag stelt: wie ben jij, uit welk hout ben jij gesneden, uit welk materiaal bestaat de graankorrel die jij bent?


Zelf, als eenvoudig tuinier, was ik kort geleden onder de indruk van een uitspraak van een andere meester, Meester Bert, Bert Ydema, die veertig jaar lang schoolklassen in Amsterdam heeft begeleid bij het opzetten en onderhouden van schooltuinen.

Hij zei over het zaaien: dat is toch zó wonderlijk: je stopt een dood ding in de grond en het lijkt dood, maar het is niet dood, het groeit, en het draagt vrucht, en je kunt oogsten, en die verrassing wat er in de graankorrel zit komt altijd terug!


Dit soort noties zijn bruikbaar om te gedenken met Pasen. Ook, omdat het de hoop levend houdt wanneer we onze lijdensweg gaan. Hopen op vernieuwing wanneer we diep gevallen zijn, vertwijfeld zijn, er "onder zitten".


Prof. Trudy Dehue, ze is psycholoog en filosoof, en ze geeft wetenschapstheorie en geschiedenis van de wetenschap aan de universiteit van Groningen, zegt dat sinds het jaar 2000 in Nederland het gebruik van antidepressiva verdubbeld is. Op dit moment, 2010, is het aantal gebruikers geschat op een miljoen.


Hoe kan het, dat in een ondanks alles welvarend land als Nederland, depressie is uitgegroeid tot een epidemie?


Gaat het om een biologische stoornis die altijd al bestond?

Heeft de farmaceutische industrie ons een stoornis aangepraat?

Maakt de verzorgingsstaat ons massaal kleinzerig?

Misschien is de beeldspraak van de graankorrel die vallen moet in de grond en dan pas vrucht dragen zal helpend, ook bij het denken over depressie.


Misschien is het leven in onze welvaartsstaat vaak geestelijk zo afmattend, zo uitputtend, omdat we moeten voldoen aan allerlei eisen waarvan we denken dat ze belangrijk zijn, maar waardoor we niet meer toekomen aan wie we wezenlijk zijn. Dan wordt dat voldoen aan al die eisen tot een kruis.


Ik heb voor U een zaaddoos meegebracht van een teer plantje, het zgn."Juffertje in het groen", waarvan het zaad pas vrijkomt als die omhulsels van die zaaddoos weggehaald worden, en hier op de tafel staat een struisvogelei, waarvan we weten dat als het diertje dat er in zit uit de schaal

moet breken, en het mooie schilderij "Levenskracht" van Bernardien Kromhof dat hier voorin de kerk staat, met die levensgrote sneeuwklokjes, laat zien hoe die nieuwe stengels dwars door het dode blad heengegroeid zijn. Allemaal tekenen van levenskracht, en symbool voor geestkracht!


Ik laat nog een andere meester aan het woord. Meester Eckhart, de mysticus van de Middeleeuwen, zei: "Wanneer ik preek spreek ik gewoonlijk zó dat een mens leeg moet worden, van zichzelf, én van andere dingen"......


Het verhaal van Pasen leert ons altijd opnieuw dat je jouw kruis kúnt, mag

en ook moet loslaten, en dat je mag toekomen aan de vraag wie je wezenlijk bent. Hoe?, dat is en blijft een mysterie. Een mysterie kom je alleen maar op het spoor als je dieper probeert te kijken dan je gewend bent. De schilder Marc Chagall heeft eens een uitspraak gedaan over wat waarheid is:


"De waarheid bereik je niet door de werkelijkheid te zien en weer te geven. Pas achter de fantasie kun je mogelijk iets vinden dat waar is."


Graankorrel zijn -- je maatschappelijk omhulsel verliezen, vallen, sterven, loslaten, helemaal jezelf worden, en juist zo vrucht dragen. Het is een weerbarstig woord voor een weerbarstig proces. Weerbarstig voor wie gewend is aan de werkelijkheid van twee maal twee is vier. Troost is dat we door deze dingen verbonden met elkaar kunnen spreken over onze kansen om onszelf te worden, om oneigenlijke en overbodige dingen los te laten, en door te dringen tot wie we wezenlijk zijn.


Voorop de orde van dienst staat een oud Roemeens Paasmotief, met vier zaden. Ik was vooral geboeid door de streepjes op die zaden. Ik dacht aan het DNA -- de streepjescode van ons fysieke bestaan, die in feite bestaat uit allerlei strengen van eiwitten in ons lichaam.





De term streepjescode is opeens een beeld voor ons wezenlijke zijn: de vraag kan worden gesteld: hoe ziet ons "geestelijk DNA" er uit?


Tijdens het Paasfeeest komen er altijd weer mensen samen om stil te staan bij die woorden die door Johannes zijn opgetekend. Johannes, van wie wordt gezegd dat Jezus hem het meest liefhad, schrijft met de warmte van zijn hart over zijn meester. Ook hier, vanmorgen, temidden van deze groep kritische mensen die graag zelf willen denken, én tolerant willen zijn, en die betekenis willen vinden in dit soort weerbarstige en vreemdsoortige verhalen. We vermoeden dat er voor ons een betekenis in zit, een diepe spirituele betekenis die ons verder kan helpen bij het worden zoals we wezenlijk zijn.


We zitten hier bij elkaar als kwetsbare mensen, graankorrels, met een heel eigen DNA, én met het verlangen om de hoop te behouden, in ieder geval met een geheim van binnen, met een eigenheid, die vrucht zal dragen wanneer we de moed hebben om al het overbodige los te laten, en met onze mogelijkheden te werken, puur zoals we zijn, en iets bijdragen aan de toekomst van een ander mens.


In het Thomas-evangelie, waarvan we weten dat het "opgestaan" is in 1945, toen het gevonden werd in Egypte, samen met 51 andere gnosis- (= kennis des harten!)geschriften, staat een uitspraak van Jezus, waarin hij zijn verwondering uitspreekt over het feit dat in een sterfelijk, (armoedig, zo zegt hij dat) lichaam van de mens geesteskracht ! kan bestaan, omdat we geworteld zijn in de kennis van het hart.


Jezus zegt, in het 29e logion van de 114 uitspraken van het Thomas-evangelie:


"Jezus heeft gezegd: Als het vlees ontstaan is wegens de geest is dat een wonder,


maar als de geest ontstaan is wegens het lichaam is het wonder boven wonder,


maar ik: ik verwonder mij over het volgende:


hoe deze grote rijkdom in deze armoede heeft gewoond!"


In ons sterfelijk lichaam zit geestkracht, waarmee we verder kunnen.

Zo wordt het Paasfeest voor ons een feest dat de hoop op onze persoonlijke toekomst voedt, omdat het ingaat op die diepste kern, die van ons wezenlijke zó-zijn. Daarmee kunnen we vruchtbaar bestaan, omdat we met ons hart begrijpen dat we met de liefde die in ons is kunnen werken temidden van de anderen.


Amen.

TERUG