OVERDENKING ZONDAG 11 OKTOBER 2009 www.npboosttwente.nl
We lazen : Marcus 8 : 22 - 26
Inleiding
We hoorden in de inleiding over het Marcus-evangelie, dat het oudste is, (en dus: hoe ouder, hoe betrouwbaarder het bericht over het optreden van Jezus van Nazareth), dat de andere evangelie-schrijvers uit Marcus hebben geput, en dat er heel goed een kern te halen valt uit het Marcus-verhaal:
Marcus: "Ik schrijf de verhalen voor jullie op, want ik wil ermee aantonen dat door de wijze zoals hij met de mensen omging, er iets in hun leven veranderde. Ik zeg: zó ziet het Koninkrijk er uit, door die manier van omgaan met elkaar!"
We hoorden ook nog dat in de 5e eeuw de vier evangelieschrijvers een symbool hebben gekregen. Welk symbool, dat houdt verband met het begin van hun beschrijving:
Mattheus heeft als symbool de mens, omdat aan het begin van zijn verhaal de stamboom van Jezus staat,
Marcus de leeuw, omdat hij zijn evangelie opent met Johannes, die in de woestijn soms tegen een leeuw moest vechten,
Lucas een stier, (een offerdier) omdat zijn evangelie begint met het verhaal van het offer van Zacharias,
Johannes de adelaar, omdat Johannes' evangelie vanaf het begin "verheven" is.
De symbolen zijn afkomstig van het visioen van de profeet Ezechiel, zoals beschreven staat in Ezechiel 1 : 1- 4, waar gesproken wordt over vier hemelse schepselen, en ook komen zij voor in de Openbaring van Johannes 4 : 6-8, waar vier dieren rond Gods troon staan opgesteld.
De oorsprong van de 4 symbooldieren is de Babylonische dierenriem: zij staan daar opgesteld op de 4 hoekpunten ervan.
Overdenking
Het bijbelgedeelte dat we lazen gaat dus over een blinde die genezen wordt, maar voor we daar op in gaan vertel ik U een anecdote die komt uit een christelijk instituut voor dovenonderwijs.
In een klas is een leerkracht bezig met het uitleggen aan een groep kinderen wat dat is, het koninkrijk van God.
Hij zegt tegen een van de dove leerlingen: "Als het koninkrijk van God komt, zal jij kunnen horen!"
De jongen protesteert direct, en zegt, heel assertief: "Nee hoor, als die nieuwe wereld komt dan zal god gebarentaal met mij spreken!"
Ik ben nogal onder de indruk van het zelfbewuste antwoord van die jongen. En ook: deze anecdote legt op een eenvoudige wijze bloot dat de buitenwereld soms denkt dat iemand met een handicap niets liever wil dan dat deze wordt opgeheven: de handicap als imperfectie.
Maar door zijn reactie maakt de jongen duidelijk dat hij zijn handicap niet afwijst, maar dat voor hem de communicatie door middel van gebarentaal zijn wereld glans zal gaan geven! En dat hij gekend wordt en zal worden zoals hij is. Hij voelt zich wel beperkt door zijn doofheid, maar niet imperfect, of minder, nee hij geeft blijk van het vertrouwen dat er mensen voor hem zullen zijn die zich hebben geoefend in gebarentaal, zodat hij volwaardig mee zal kunnen doen.
Ik werd, in de anecdeote, vooral getroffen werd door het woord gebarentaal. De taal van het gebaar van Jezus die de blinde uit het bijbelverhaal meeneemt, en hem liefkozend zijn hand oplegt op zijn ogen en de man aanraakt, die taal veroorzaakt in zijn leven een grote verandering.
Rembrandt heeft een prachtige tekening gemaakt van het verhaal. Je ziet de blinde op een stoepje zitten, en Jezus gaat als het ware door de knieën, en met een karakteristiek handgebaar voldoet hij aan een wens van de blinde: raak me aan! Misschien is dit al een eerste aanduiding van de diepte van het verhaal dat zo bondig door Marcus is beschreven: raak me aan, er is een verlangen in mensen om aangeraakt te worden, sterker nog, geráakt te worden.

Op het moment dat Jezus' handen de ogen van deze man aanraken, komt er iets tot uitdrukking van wat hij eigenlijk aan iedereen als levensgevoel zou willen doorgeven: Misschien kunnen we het bestrijken van de ogen met speeksel ook in die richting verstaan: het beleven van warmte en vochtigheid, dat een moeder geeft aan een kind als het zich bezeert. Jezus gedraagt zich moederlijk, zou je kunnen zeggen. Oergeborgenheid, oerveiligheid, daar verlangen we naar, ook als we volwassen zijn geworden, het gevoel van de grond af aan beschermd en omgeven te zijn is de basis voor een onbevangen blik naar de werkelijkheid. We gaan pas zien als we helemaal veilig zijn, we durven de werkelijkheid onder ogen zien als we een uitgangspunt van veiligheid hebben.
Onlangs maakte ik een sessie mee van een vriendin van mij, zij is Egyptische van geboorte, die een zeer oude techniek meebracht uit haar land. Bio-Touch geheten, maar ik zou het wel Tender Touch willen noemen! De beoefenaars ervan gebruiken de wijs- en middelvingers van beide handen om specifieke delen van het lichaam licht aan te raken. Het herhalen van het licht aanraken op de juiste plekken bevordert het zelfhelend vermogen van het lichaam.
(Nog een andere vriendin, die fysiotherapeute is, zei: het lijkt sterk op Haptonomie.)
Het handgebaar wat daarbij gemaakt wordt is te vergelijken met het gebaar zoals dat door Rembrandt in zijn tekening is weergegeven!
Maar vooral het veilige karakter van zo'n sessie beantwoordt aan een grote behoefte, is mijn stellige mening.
Het ziende worden van de blinde gaat in etappes: er is het moment van het veilig weghalen uit de menigte, naar een plek van rust en stilte waar Jezus zijn hand op de ogen van de blinde legt. Met een grote gevoeligheid beschermt hij de man in kwestie. Ook daarin zorgt hij voor de veiligheid. Het gaat er in de eerste instantie om de man te voeren naar een gebied waar hij zich onbedreigd voelt, ruimtelijk en ook psychisch moet er een zekere afstand worden ingebouwd.
Heel wijs is dat, want je zou ook nog kunnen zeggen dat er soms een wil is om de ogen te sluiten!
Ik herinner me dat Jean Paul Sartre in een van zijn romans (was het "De jaren des onderscheids?) eens beschreef hoe intimiderend en kleinerend de blik van de andere mensen kon zijn, het met de ogen elkaar de maat nemen kan zo verlammend en zo deprimerend werken. Hij schrijft over hoe je door de blikken van anderen geconfronteerd kunt worden met je eigen onaanzienlijkheid, en je voelt de wens opkomen om zo ver mogelijk uit het blikveld van anderen te blijven, en als een kind je ogen dicht te doen om tegen hun blikken beveiligd te zijn. Zo schijnt deze blinde uit het verhaal door Marcus verteld alle mensen uit zijn beleving met zijn blindheid "weg"te willen maken. Misschien al vanaf zijn geboorte!
We komen dus eigenlijk steeds dichter bij de visie dat het verhaal over de genezing van de blinde wezenlijk een verhaal is dat gaat over het overwinnen van angst, door een tedere en liefdevolle benadering. Als je bang bent, blijf je de mensen uit de buurt, je sluit je ogen, en zit steeds dieper in je eigen isolement. Wie haalt je daar uit?
Dat kan door een tedere aanraking, én een erkenning dat je bang kunt zijn. En een erkenning van schaamte, om je onvermogen, om in je eentje uit die angstspiraal te komen. Je bent terecht gekomen in een koker van angst, waardoor je niets meer ziet. Je bent blind.
Zoals gezegd, de blinde moet dus onvoorwaardelijk allereerst worden bevrijd van het gevoel dat hij wordt gefixeerd en gecontroleerd door de ogen van de anderen. Hij moet naar een veilige plek gebracht worden, naar een plek van geborgenheid, zo veilig, als voor de geboorte, en de tederheid die hij ondergaat moet tot doel hebben dat het niet erg is om bekeken te worden en andere mensen in de ogen te moeten kijken.
Enkele regels uit het gedicht "Mens" van Leo Vroman zeggen het zeer duidelijk:
"Mens is een zachte machine
een buigbaar zuiltje met gaatjes
provol tengere draadjes en slangetjes
die dienen voor niets dan tederheid."
Er is tijd nodig...
Het is duidelijk dat het tijd kost voordat iemand na jaren van blindheid weer leert, om de wereld op de "juiste" manier te zien.
Als Jezus dan ook vraagt: Zie je iets?, dan kunnen we ook niet verwachten dat die vraag direct op een bevredigende manier wordt beantwoord.
Helder zien komt pas op gang als we heel langzaam onze angst voelen veranderen in een dieper vertrouwen. Ziende worden kan ook heel bedreigend zijn! Angstaanjagend zelfs. Daar horen we van in een gedicht van Jan Greshoff:
DE BLINDE DIE ZIENDE WERD
Hij werd onwillig wakker wit van schrik
na dertien jaren van gesloten leven
is door de wrede kunst hem weergegeven
het uitzicht op de stad en 't ogenblik.
Er is geen redding meer, want hij blijft kleven
in deze poel van stroop en koffiedik
waaruit de tovenaar met loense blik
beslist wat blijft en wat wordt opgeheven
En dan de ontdekking van 't getreiter tijd;
de diepverachtelijke lelijkheid
van alles: mensen, straten huizen dingen,
sinds wij 't onzichtbre door de stof vervingen.
Hij bad: ben, Lieve Heere, ik nog uw kind?
Maak mij dan dadelijk weer stekeblind.-
Zie je iets? vraagt Jezus. Het antwoord van de man die ziende wordt is dat hij de mensen eerst als bomen ziet rondlopen. Naar het schijnt is hij er nog heel ver van af om de dingen rustig en niet wazig door de nevel van de angst heen te bekijken.
Vanuit de dieptepsychologie is bekend dat bomen een vrouwelijk-moederlijk symbool zijn, die weinig angst inboezemen. Waren mensen bomen dan zouden ze nooit een gevaar betekenen. Het is alsof de blinde die opnieuw leert zien zegt: "'t is toch wel veilig hè?" en we kunnen ons voorstellen dat de blinde de mensen eerst eens een hele tijd lang moet aftasten of de mensen om hem heen wel veilig zijn, hij leert zien net als een pasgeborene die langzaam leert zien.
Misschien is het gewoon ook zo dat de manier waarop wij de wereld zien bepaald wordt door de mensen die ons de wereld laten zien, door hoeveel stress we elkaar doorgeven, of, natuurlijk, door hoe ontspannen we met elkaar kunnen omgaan.
Het verhaal van Jezus die de blinde geneest leert ons in ieder geval dat een houding van tederheid, liefdevolle bescherming en behoedzaamheid helpend is om onze krampachtigheden te overwinnen en langzaam onze blik echt open te zetten voor de werkelijkheid om ons heen.
Jezus zegt: houd goede moed, ik heb de wereld overwonnen, en hij bedoelde daarmee: wees niet zo bang! Ik heb de moed gevat om de werkelijkheid onder ogen te zien, probeer het ook maar, samen met mij!
Ik werd onlangs getroffen door een uitspraak van onze Anne van der Meiden die vertelde over het verlies van zijn broertje, toen ze kind waren, door verdrinking. Hij zei in een interview ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag: ik ben sinds dat moment niet meer bang voor de dood, ik ben gaan léven!
In Nederland kenden we Jan Wit, een blinde dichter. Hij dichtte liederen in het Liedboek van de kerken, maar heeft ook meegewerkt aan de berijming van psalmen. Een bekende uitspraak van Jan Wit is: "Wij blinden zien niet, maar wij blinden hóren van het licht, wij zien het niet, maar we begrijpen het wél; de diepere betekenis ervan!" Jan Wit relativeerde het zien, en kwalificeerde het Licht! Hij was niet bang om over zijn blindheid te spreken, omdat hij begreep dat de symboliek van de bijbelse verhalen verwijst naar het overwinnen van angst!
Zo heeft Jan Wit een gedeelte van psalm 135 als volgt berijmd: (het gaat daar over godenbeelden waar toverkracht aan wordt toegekend, maar die niets doen!):
De tekst luidt:
"Aller volken goden zijn goud en zilver, pracht en praal,
werk van 's mensenhand en brein
zonder geest en zonder taal
zij zijn blind en zij zijn doof
voor aanbidding en geloof".
Het optreden van Jezus doet de mensen iets!, het raakt ze! het is een voorbeeld van een praktijkgeloof, met een tedere houding, samen, heel geleidelijk, heel trouw, heel beschermend, angst overwinnen, en langzaam samen durven zien, en inzien, dat de werkelijkheid niet alleen maar angstaanjagend is, want er blijken mensen te zijn die vertrouwen geven, die betrouwbaar zijn, waardoor je ogen open gaan en er een nieuwe relatie met de werkelijkheid kan groeien.
Dát kunnen we van mens tot mens voor elkaar zijn, met respect, en enige schroom zelfs, elkaar bijstaan, om angst en beklemming, (die onze blindheid veroorzaakt, in ieder geval onze blinde vlekken!), te overwinnen, tederheid te laten spreken, voorwaar een heilzaam en kansrijk praktijkgeloof!
Amen
Jeanne Traas-Hageman