Ingewijd worden in het symbolisch universum

(Overdenking eind juni/begin juli 2010)

 



Wij lazen : Johannes 3 : 1 - 12

Lieve vrienden,

Zoals een droom
die ik als ik wakker word
nog wel voel
maar niet kan grijpen
omdat ik het verhaal
het beeld
en zelfs de boodschap ervan mis

maar waarvan 't gevoel
alles die dag
tot in elk detail beinvloedt
zo denk ik soms
dat god in mij
aan het infiltreren is

Dit gedicht, over ontvankelijkheid voor de inspiratie van gods heilige geest, van Liselore Gerritsen "ontving" ik (zo noem ik dat: "ontvangen" van inspiratie om het onderwerp van een overdenking te illustreren) toen ik deze dienst in de afgelopen week aan het voorbereiden was. Ik vond het gedicht opeens toepasselijk bij dat verhaal over Nicodemus die in de nacht op bezoek gaat bij Jezus van Nazareth.

Maar eerst: Wie is die Nicodemus uit ons verhaal? Zijn naam betekent: macht over/van het volk. Hij is in Israel in ieder geval een vooraanstaand man die behoort tot de orde der Farizeeen en zitting heeft in het Sanhedrin, het hoogste bestuurs- en rechtscollege in Palestina. Hij kent de inhoud van de boeken, van de wet, de torah, door en door, maar vooral de uitwerking ervan in de 613 geboden, en kan met die kennis, en vanuit die positie, dan ook leiding geven

Toch is bij Nicodemus twijfel aan het ontstaan, in de trant van: kennis van de torah en al die 613 voorschriften die het leven ordenen, is dat nu alles? Is er dan niet meer dan het herhalen en nog eens herhalen van reeds vertelde verhalen, en ook: zijn al die voorschriften eigenlijk niet al te concreet, is er niet meer? Zeker wanneer hij Jezus leert kennen, wordt dat gevoel bij hem versterkt. Jezus is niet als de anderen, hij komt vanuit een andere dimensie, zo voelt Nicodemus dat aan. We hoeven alleen maar terug te lezen in de berichtgeving door Johannes: in het 2e hoofdstuk staat in een paar woorden hoe de tekenen van Jezus indruk maakten, en ook hoe bewust Jezus zich was van de beperkingen van de mensen in hun reacties: "...geloofden velen in zijn naam, doordat zij zijn tekenen zagen, die Hij deed; maar Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende,en omdat het voor Hem niet nodig was, dat iemand van den mens getuigde; want Hij wist zelf, wat in de mens was..."

De vraag: Waarom gaat Nicodemus in de nacht op bezoek? Waarom zoekt hij niet gewoon overdag contact?, wordt door de vorm waarin de evangelist Johannes zijn verhaal giet al een beetje beantwoord. De ontmoeting in de nacht heeft een symbolische functie, het wil bijvoorbeeld zeggen: het is het gebied van de twijfel waarin Nicodemus opheldering zoekt voor zijn vragen, en hij dus die succesvolle, (maar wat is succesvol?) rabbi Jezus van Nazareth opzoekt. (2 vss. 23-25)

Ik meen ook te zien dat Jezus voor Nicodemus een soort droom-meester, een soort droom-mens is, iemand die vanuit een andere dimensie denkt, een mens die waarmaakt waar de torah, en de voorschriften naar verlangen en naar wijzen: wanneer hij spreekt, gebeurt er namelijk iets! Veranderingen ten goede. Het gesproken woord wordt waar, het woord gebeurt, het woord wordt werkelijkheid! Maar het is bijna niet te geloven, het is alsof je droomt, en daarom ook plaatst Johannes dit verhaal in de nacht, dat immers het gebied van de droom is.

Je kunt natuurlijk ook denken: Nicodemus is beducht voor wat zijn mede-leidinggevenden zullen zeggen als hij Jezus, die mens, die zich zo vrij beweegt, en mensen oproept om vrij te zijn, een bezoek brengt. Hij is gewoon bang. Daarom brengt hij zijn bezoek 's nachts, als de meesten slapen.

Ik denk dat de indruk die Jezus achterlaat bij Nicodemus door zijn optreden, waardoor mensen genezen, opknappen, een nieuw begin durven maken, opnieuw in beweging komen, kort gezegd door de wonderen, hem met veel vragen opzadelen. En zo is het ook: eenmaal op bezoek stelt hij de vraag: rabbi, we weten dat U als leermeester van Godswege bent gekomen, want niemand kan deze tekenen doen die ú doet als God niet mét hem is.

Inderdaad, antwoordt Jezus, je kijkt in de juiste richting, Nikodemus, het is een geestelijk proces waar je voor open moet gaan staan, je moet verbonden zijn met de bron die jou met vertrouwen laat rondlopen op deze wereld (dát betekent: van godswege komen, door en door vertrouwen hebben, en door je angst heenkomen), en je zult dan een verandering in jezelf voelen komen. Je moet zelfs wedergeboren worden, je moet de begrenzing van het dagelijks zo bekende eerst voelen, het vervolgens durven loslaten, een geesteljke groei vervolgen, en nieuwe wegen durven gaan!

In zijn boek "Dieptepsychologie en exegese" heeft de theoloog-psycholoog Eugen Drewermann op een boeiende wijze aangegeven welke omslag we moeten maken om weer opnieuw open te staan voor religieuze ervaring. Drewermann gaat er van uit dat het hier om een psychische werkelijkheid gaat! En dan zegt hij: "de grote symbolen in de verbeeldende verhalen over religieuze overlevering ( zoals bijbelverhalen, maar ook mythen, sprookjes, sagen, legenden en droomverhalen) zijn beelden die zich, zoals de beelden van een droom ter verwerking van recente indrukken uit het leven overdag, spontaan opdringen, om de psychische werkelijkheid van de uiterlijke feiten weer te geven".

Jezus past dat principe ook toe in het gesprek met Nicodemus: door uit te leggen dat je door water en door geest opnieuw geboren zult worden, gebruikt hij symbool-woorden. Jezus wijdt Nicodemus in in het symbolisch universum. Hij gaat allereerst in op het ritueel van de doop, zoals dat in Jezus' dagen werd toegepast. De meest gangbare interpretatie van het ritueel van de doop was van ouds dat je erdoor gereinigd werd van zonden. Maar dat blijkt bij nader inzien toch een secundaire betekenis te zijn.

Joseph Campbell, de amerikaanse koning van de kennis van de mythologie, die in 1987 overleed, heeft in zijn werk iets geschreven over de primaire betekenis, een nog diepere waarde van het wedergeboren worden, (zoals bijvoorbeeld in het boek "De held met de duizend gezichten"), het gaat om een nog dieper besef van de waarde van de doop: de universele mythen leren ons dat wedergeboorte een belangrijk moment is in het universele avontuur van de menselijke ziel, die de roep gehoord heeft om een authentiek leven te leiden, hetgeen inhoudt dat je in beweging komt en blijft, je leert, maar ook moet je datgene loslaten wat niet bij jou hoort, het avontuur laat je meemaken wat ondergang en depressie is, maar laat je ook, rijk aan ervaring, over wat helpend is en wat niet, terugkeren, herboren, vernieuwd, vol vuur, wetend waarvoor te leven, de zin van jouw bestaan ontdekkend! Het is het verhaal van de monomythe, het universele verhaal van ons mensen op deze aarde, die hopen dat we tijd krijgen om dat uit te vinden, waarvoor wij leven willen en kunnen, gebruik makend van dat diepe vertrouwen dat diep ín ons zegt: het is goed dat je er bent! Je krijgt er je hele leven de tijd voor.

Jezus leert Nicodemus dus opnieuw over het leven zelf, dat het een reis is, een queeste, een zoektocht.

Water symboliseert het door de twijfel, de angsten en de dreiging heengaan, zoals het volk door de rode zee, en Geest symboliseert de inspiratie die ons raakt, ons ontregelt, én ons voortblaast als heilige wind, daarvoor zullen we ons open moeten stellen, om vurig te worden. Die twee symbolen Water en Geest komen steeds terug in ons verhaal.

De sfeer waarin het gesprek tussen Jezus en Nicodemus plaatsvindt lijkt veel op een vertelling uit de wijsheid van de Egyptische woestijnvaders die gaat als volgt:

Op een dag ging abba Lot naar abba Jozef en zei: "Abba, in de mate van het mogelijke houd ik mij aan alle kleine vastenperiodes, ik bid en mediteer wat, ik bewaar de stilte en probeer zoveel mogelijk mijn gedachten zuiver te houden. Wat kan ik nog meer doen?" De oude monnik Jozef stond op, strekte zijn handen uit naar de hemel en zijn vingers leken tien vlammende fakkels te worden. Hij zei: "Waarom zou je niet een en al vuur worden?"

Ook deze abba Lot had het gevoel, net zo als Nikodemus het had, van "is dit nu alles?" Hij leerde dat het vervolg van je geestelijk proces altijd doorgaat!

Het verlangen om een vurig levend mens te worden heeft als vooronderstelling dat je datgene eens loslaat dat niet-jij is. Het juk loslaten, het kruis loslaten, Jezus is zo'n sterk voorbeeld omdat hij onze droom, van een vrij mens te kunnen worden, fysiek waarmaakt,

en hij leidt ons door middel van de beelden waarin hij spreekt in in het symbolisch universum, water, geest, wedergeboorte,

en het verhaal, over de ontmoeting met Nicodemus, is een uitdaging aan ons,

om onze eigen zielereis te gaan, loslatend wat niet authentiek is, de pijn niet te ontlopen, licht te worden, vrij te worden, en terug te keren, mét de ervaring die ons verrijkt heeft.

In de Bibliothèque Nationale van Parijs ligt een Bijzantijns handschrift uit de 11e eeuw met een afbeelding waar Jezus en Nicodemus zweven boven de grond, en het kruis zweeft ook boven de grond! Het is de afbeelding van het geestelijk proces dat wij mensen kunnen doormaken, wanneer wij, net als Nicodemus, leren loslaten, en een nieuwe start maken.

Het is aardig om te vertellen dat binnen het veld van de psychologie vandaag de dag belangstelling groeit voor de discipline van de transpersoonlijke psychologie, waarin meer aandacht is voor de mystieke en spirituele ervaringen van mensen. Deze discipline is een uitbreiding van de humanistische psychologie, en omvat religieuze en transcendente aspecten van het bestaan. Er is o.a. aandacht voor de wedergeboorte-gedachte (rebirthing) en men gaat in op visies die werden beschreven door William James, Carl G. Jung, Robert Assagioli etc . Een bekende auteur van nu is o.a. Ken Wilber. Ook is bekend dat psychiaters en psychologen tegenwoordig zelf soms problemen krijgen met de opvatting dat verbetering van psychische problemen alleen kan worden bereikt door middel van medicijnen; zij verdiepen zich om die reden meer en meer in de verhalen van clienten over mystieke en transcendente ervaring.

Het gevolg is mogelijk dat de behandelsessies langer gaan duren, want er groeit daar dus aandacht voor de echte, verborgen, én droomverhalen! Dat vraagt tijd!
Helaas moet ik me afvragen of de Transpersoonlijke Psychologie wel een eerlijke kans heeft in het huidige zakelijke klimaat, dat immers bepaald wordt door overheidsinstanties met beperkte budgetten (economische crisis!) en door het research-klimaat aan de universiteiten.

Ter afsluiting nog een passend gedicht van Hagar Peeters, de nederlandse dichteres; zij verwoordt hoe zij de pijnlijke beslissing neemt om haar partner los te laten en het leven, háar leven, zelfstandig tegemoet te treden:

Elke morgen, wedergeboorte


Hoe ik, ziek van liefde
op bed lag en de slaap niet kon vatten
omdat jij in mijn oor fluisterde
ik ben er nog maak jezelf niets wijs
mij raak je niet kwijt


Van de ene op de andere zij
en terug bleef je met me meedraaien
Al die tijd had je mijn hand niet losgelaten
en mijn klamme voorhoofd
streelde je   toen ik opstond om het leven
tegemoet te treden
viel je pas van me af.


Als schilfers, als as.
Ik stapte erover,
trok mijn jas aan, sloot de deur achter me
op een kier na.

Die kier is belangrijk, immers:

we vatten moed om op weg te gaan, authentiek te worden, het oneigenlijke, het onechte los te laten, het leven tegemoet treden, maar we blijven hopen op bemoediging, als we terugkeren, en we hopen op uitnodigende woorden, die ons welkom heten,

waarna we zullen durven vertellen over wat we meemaakten tijdens onze queeste, en ook: wat we aan wezenlijke ervaring mee terug hebben gebracht.



Amen.



Jeanne Traas-Hageman.



TERUG     //