OVER RUMI EN DIETRICH BONHOEFFER

 

Overdenking december 2010

 

”God vervult niet al onze wensen, maar wél zijn beloften!” (D.Bonhoeffer)

 

Lezing van het gedicht van Jallaludin Rumi (1207-1273),
         Soefi-mysticus, geboren in Afghanistan:

HET GASTENHUIS

“Mens-zijn is als een gastenhuis
iedere ochtend komt er iets nieuws aan.

Een vreugde, een depressie, een zwakheid,
een of andere kortstondige gewaarwording komt
als een onverwachte bezoeker.

Verwelkom en onderhoudt hen alle!
Zelfs als er een menigte verdrietigheden is,
die je huis met geweld leegvegen van zijn meubilair,
probeer dan nog steeds iedere gast met eerbied te behandelen.
Het kan zijn dat hij je schoonmaakt
voor een of andere nieuwe blijdschap.
Ontmoet de duistere gedachte, de schaamte, de boosaardigheid
lachend aan je deur
en nodig hen binnen.
Wees dankbaar voor wat ook maar komt
omdat alles gezonden wordt
als een gids van gene zijde”.

Lieve vrienden,

Het gedicht van Jallaludin Rumi, dat zult U met me eens zijn, verwoordt op duidelijke wijze, (en het is ook een erkenning in beeldende taal), van wat een mens van binnenuit meemaakt, zijn leven en lijden komen tegelijk aan de orde.

Maar eerst: wie is Jallaludin Rumi? Hij werd geboren in 1207, in Balch in Afghanistan, hij moest als 11-jarige jongen vluchten en kwam na lange omzwervingen terecht in Konya, in Turkije, waar nog altijd een heiligdom staat ter ere van hem. Vele pelgrims bezoeken nog altijd zijn graf. In 1273 overleed hij. De stad Konya kende een grote verscheidenheid aan culturen en religieuze tradities, die niet leidden tot botsingen en scheidingen, maar integendeel, men kwam samen om van elkaar te leren. Van Rumi wordt verteld dat hij zich op zo'n leergierige manier openstelde voor de wereld om hem heen dat men tenslotte niet wist of hij nu een jood, een christen of een moslim was. Hij zocht verbinding, maar zonder zichzelf te verliezen, eenheid en pluraliteit samen. Die levenshouding van hem, waarmee hij zocht naar verbinding, interreligieus en intercultureel, wordt wel “De Parel” genoemd.

Rumi vond tijdens zijn eigen levensloop een nieuwe taal uit, de taal van de liefde. Eerst had hij zelf lange tijd een gids die hem inwijdde in de geheimen van wijsheid en mystiek. Rumi werd een 'SOEFI”, een man in witte mantel (soef = wit wollen kleed), en toen zijn leermeester opeens verdween werd Rumi door groot verdriet overvallen, en zijn reactie was: hij begon te dansen en te wervelen, er werden gedichten, zinnen, verzen in hem wakker en dit werd het begin van zijn verhalend dichtwerk, de Masnawi. Het zijn stuk voor stuk juweeltjes van tekst die het leven, zoals het is, openleggen en de verbeelding prikkelen, en bovendien zijn die teksten wars van dogmatisme en isolement. Wat denkt U bijvoorbeeld van de twee volgende teksten:

De ochtendbries heeft geheimen en wil ze kwijt aan jou.
Ga niet meer slapen.
Vraag wat je wérkelijk wilt.
Schaduwen lopen heen en weer over de drempel
waar de twee werelden elkaar raken.

Daar is het gat van de deur,
hij staat open voor jou,
Ga niet meer slapen!

En ook

Welke emmer is niet leeg omlaag gegaan
en vol weer omhoog gekomen?
Welke graankorrel die in de aarde gezaaid is,
is op een dag niet ontkiemd?

De emmer aanvaardt het water,
de aarde aanvaardt de graankorrel in dankbaarheid
dankbaarheid maakt je vrij.

Stel in godsnaam je ja niet uit.
Geef het op en word een gever!

In het jaar 2007 waren wij in Istanbul, en we maakten daar de zgn. derwisj-dansen van de Mevlana (= onze meester) mee, die dus door Rumi zijn bedacht. Opmerkelijk was de opkomst van de dansers: in zwarte pijen, die ze tenslotte aflegden toen het “wervelen” goed op gang was gekomen, en hun witte pijen zichtbaar werden. Alsof het omhulsel dat de buitenkant, het naar buiten gericht zijn voorstelt, afgelegd wordt en zo de binnenkant, de inkeer, zichtbaar wordt. Zie de illustratie!



Zoals gezegd, Rumi roept ons op om te erkennen dat ons leven niet altijd van een leien dakje loopt. Erken het maar, dat je soms geplaagd wordt door een depressie, of dat je zwak bent, erken het dat je soms duistere gedachten koestert, je schaamt, je boosaardig iemand “het dak op wenst”, wees eerlijk tegen jezelf, maar: leer ervan, van je ervaring, sluit je niet op, en vat moed, sta open, denk na over wat je meemaakt, misschien zit er een boodschap in waar je mee verder kunt, waardoor je méer mens wordt, en tenslotte: word een géver..................

Om nog even in de termen van de decembermaand te blijven: (tussen St. Nicolaas en Kerst in) : je krijgt wat “in je schoen” tijdens je levensreis!

Het is mooi dat we in Nederland het Sinterklaasfeest nog in ere houden, want zo kunnen we zeggen dat deze maand een periode is tussen “verlanglijstjes” (we kunnen gewoon vragen wat we willen), en “HET GROTE VERLANGEN”, van het Kerstfeest, we verlangen immers naar de komst van het licht, van bijstand, van troost, van erkenning!

Vroeger was God ook een soort Sinterklaas: daar verwachtte men alles van, en we kunnen zeggen dat door de 2e wereldoorlog dat beeld aan gruzelementen is geslagen. Zelfs de duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer heeft beschreven hoe ook bij hem die verandering in zijn denken doorzette: ook hij dacht lang dat God buiten ons bestond, “in den hoge”, en aan Hem kon je alles vragen, hij was degene die de gaatjes opvulde die in ons menselijk leven vielen, God had de macht om de mens in zijn nood te redden.

Op studiereis in Amerika kreeg Bonhoeffer een droom. Er klonk een stem: “Kom over en help ons”. Toen besefte hij dat hij zelf zijn bijdrage moest gaan leveren in Duitsland, waar Hitler zijn destructieve werk deed. We weten dat hij een géver werd (zoals Rumi al in zijn oproep verwoordde), hij besloot mee te doen aan een aanslag tegen Hitler, deze mislukte en hij kwam in de gevangenis terecht. Hij werd terechtgesteld op 9 april 1945. In de gevangenis schreef hij zijn dagboeken en brieven, en maakte duidelijk dat “hij niet langer kon geloven in een macht die buiten de mensen ligt, maar hij ontwikkelde een “besef van een kracht, waarmee we middenin deze goddeloze wereld staan, en waardoor we deelnemen aan, en het uithouden mét de mensen die lijden, wij moeten “waken mét Christus in Gethsémané”. Compassie opbrengen, het bestaan mée-uithouden. Dan denk je niet meer in de eerste plaats aan je eigen noden, vragen, zonden en angsten. Deelnemen aan het leven door-er-voor-anderen-te-zijn, daar gaat het om. Het is alsof er een stem is die zegt: “Deel in mijn lijden!” Bonhoeffer besefte meer en meer dat God en mens partners zijn, en dat het gaat om een keuze, een antwoord op de aloude vraag aan ons gesteld: Mens, wie ben jij?

Het antwoord op de vraag wat dan Gods belofte wel moge zijn is wellicht: het moment waarop de mens partner wordt van God, van het Goddelijke, van het Mysterie, of vul maar in. Hij gaat deelnemen aan Het beste wat er is, een bestaan vol compassie! En er bestaat dus vertrouwen in mensen die dat moment zullen gaan bereiken! Wat een belofte!

(Wanneer collega Klaas Hendrikse zegt dat God niet bestaat maar gebeurt dan heeft hij het over iets wat niet nieuw is, Bonhoeffer besefte het ook al. Rumi besefte het al, het is: in onze eigen kracht komen !)

Mijn collega Hannie Schepers heeft daar ook eens zo'n mooi gedichtje over gemaakt:

“En toch:
Diep in mij is een kracht,
die naast mij staat bij lijden.
Nabij bij elke jammerklacht,
niet wijkend van mijn zijde.
Merkte ik haar onverhoopt niet op
te veel bezet door tranen,
dan toont zij in de ander mij
dat zij nog steeds staat aan mijn zij
en mij niet zal beschamen”.

Het is duidelijk, de kracht is in ons en buiten ons! De kwestie is dat we er ons voor open kunnen (en leren) stellen. Zo worden we langzaam geestelijk volwassen in een ontkerkelijkte wereld die onze kracht o zo nodig heeft!

Amen.

Jeanne Traas-Hageman, voorganger www.npboosttwente.nl

 

TERUG