Alles is lucht
De dienst van 5 september 2010
in de Johanneskerk te Twekkelo
Wij lazen : Prediker 1 : 1 – 11
Ter versterking van de gelezen tekst luisterden we naar “Alles is lucht” van Stef Bos en Frank Boeijen, van de CD “In een ander licht”:
Ik heb de wereld gezien in het licht van de liefde en in de schaduw van de haat
er zijn altijd twee kanten, ware woorden zijn niet mooi, mooie woorden zijn niet waar
en alles beweegt zoals het leeft,
zoals een rivier die stroomt naar zee
wij zijn een deel van het groter geheel
wij vallen als bladeren en de wind neemt ons mee
Er is een tijd van verliezen
er is een tijd van vertrouwen
er is een tijd van verlangen
er is een tijd van vergeten
er is een tijd van vergeven
er is een tijd voor alles
en alles is lucht.....
groei naar het licht en klim langs de stralen naar de hemel omhoog
houd je niet vast aan dat wat voorbij is
en laat alles los wat spookt in je hoofd
want het licht in je ogen verdwijnt met de tijd
zoals de zon in de verte aan het eind van de dag.
Maar alles verandert en beweegt in een cirkel
keert terug naar de bron en wordt wat het was.....
En alles is lucht, alles is leegte, en alles is zinloos,
en alles is leven, alles heeft waarde, en alles is iets, alles is alles, en alles is niets....
Stef Bos heeft met zijn CD “In een ander Licht” een geweldig project neergezet: hij heeft enkele bijbelse figuren als echte mensen neergezet, hij heeft ze uit de context van dogma en religie gelicht, en ze een stem gegeven. Zo is er : Het lied van Lot, het lied van Noach, het lied van Maria Magdalena, het lied van Petrus, het lied van Job, zelfs aan God heeft hij een lied gewijd, al zegt hij achteraf: “dat had ik beter niet kunnen doen, want God is geen persoon, en God is te groot; eigenlijk had ik alleen maar de zin “Ik ben die ik ben” willen gebruiken(U herinnert zich die zin nog wel, uit het verhaal over de ontmoeting van Mozes met God),en verder had ik alleen maar mooie muziek willen laten horen.... “
De kernzin van het lied van Stef Bos over God is: “Er is te veel van mij gemaakt wat ik helemaal niet ben...“
Wat Bos met zijn CD heeft bereikt is dat er mensen zijn die zeggen: “Mooie liedjes, maar wat hebben ze met de bijbel te maken?” Ze worden vervolgens, en dat is opmerkelijk, nieuwsgierig naar de Bijbel, en dat is de verdienste van dat boek zelf, en het toont tegelijk aan dat de Bijbel zó in de context van kerk en macht geplaatst is dat als het ware de waarde van de verhalen uit het zicht is geraakt. Je zou kunnen zeggen dat er in onze tijd een soort bewustheid is gegroeid dat er een korst-achtig randje om de Bijbel en om religie is komen te liggen, en dat moet er eerst af, om vervolgens te zien dat die Bijbel een boek is dat over échte mensen gaat, met al hun angsten en scepsis, en hun verlangen naar liefde en vertrouwen.
Maar wie is nu die Prediker?
Het woord Prediker in het Hebreeuws is Qohèlet, en dat betekent de verzamelaar, de vergaarder. Qohèleth is een mens die een verzameling mensen toespreekt en iets van zijn inzichten, iets van zijn wijsheid ook, wil ventileren. De mensen tegen wie hij spreekt zijn in de eerste plaats een willekeurige groep mensen die bereid zijn om die inzichten aan te horen. De kerkvader Hieronymus kreeg ooit de opdracht om het Oude Testament in het Latijn te vertalen en toen hij toekwam aan het boek Prediker gaf hij aan dat hebreeuwse woord Qohèlet de latijnse naam ekklesiastikus, waar wij het woord eklektisch (= volgens een keuze) in kunnen horen: een willekeurige groep die best wel wil luisteren naar zijn woord. Misschien kun je toch wel zeggen: een uitgelezen groep. Later is aan dat begrip ekklesia de duiding gegeven dat het ging om een groep die verbonden werd door een belijdenis, maar de oerbetekenis is gewoon een willekeurige groep mensen die door de spreker wordt verzameld.
En die spreker is een minnaar van wijsheid. Een zoeker naar wijsheid. En om wijsheid op te doen gebruikt hij vooral zijn ogen, die hij goed de kost geeft. In het boek Prediker komt het werkwoord zien wel vijftig maal voor. Prediker loopt rond in de werkelijkheid van alledag en wat ziet hij:
een tijd van redelijke economische welvaart ziet hij, en temidden van die werkelijkheid stelt hij zijn allerbekendste vraag:
“Is er eigenlijk éen ding waarvan men kan zeggen, dit is nieuw?
Is er werkelijk iets nieuws onder de zon?”
Als antwoord haalt hij zijn schouders op, want al wil hij graag iets nieuws zien, dan wil dat niet zeggen dat dat dan ook lukt. Hij ziet bijvoorbeeld de grote kloof tussen arm en rijk. Vooral dat maakt een man als Prediker tot een scepticus. Zijn boek met wijsheidsspreuken heet dan ook wel: het hooglied van het scepticisme. Diep in zijn hart leeft namelijk het verlangen naar het moment waarop de belofte van een samenleving, waar iedereen het goed maakt, wordt waargemaakt, en daar ziet hij nog steeds niet veel van. Mensen van nu zeggen vaak dat ze veel van zichzelf herkennen in die toespraak van Prediker, van de mensenverzamelaar.
Misschien herkennen we ons in zijn woorden wel en vooral door het feit dat Prediker helemaal
niet houdt van grote woorden, en hij houdt zeker ook niet van zoiets als:
“God erbij halen”.
Hij is eerder zeer terughoudend in het spreken over God. En dat is niet een gebrek aan
geloof. Het is veeleer een nuchter verzet tegen een veel te groot, een te opgeblazen geloof
in de wereld waarin hij leeft. Hij is liever wat voorzichtiger.
Zoals gezegd, de teksten van Prediker roepen bij ons herkenning op.
Waar ontleent een sceptisch man als Prediker, (hij zou dus een tijdgenoot van ons kunnen zijn, met onze kritiek op veel te grote woorden over geloof en over God), waar ontleent hij dan wél hoop aan?
Prediker houdt tenslotte vast, zo blijkt uit zijn boek, aan het sterke vermoeden, het geloof, dat mensen beseffen dat zij wél in staat zijn tot mededogen, het met elkaar uithouden van het bestaan, zeg maar. De toekomstverwachting van Prediker is in feite een vermoeden, een geloof, dat mensen steeds weer zullen laten zien. Hij blijft dus doorgaan in geloven in ménsen. En vanwege die belofte laat Prdiker tenslotte dan ook de scepsis volledig achter zich. Dat is uiteindeijk de dynamiek van het boek Prediker. Hij begint op te sommen wat hij in het dagelijks leven zoal ziet waardoor hij zijn scepsis overwinnen kan: hij verwondert zich er over dat er zoiets is als gewone mensen die met elkaar vreugdevol een maaltijd kunnen delen, een glas wijn kunnen drinken, zich feestelijk kunnen kleden, een man en een vrouw die elkaar kunnen liefhebben, die van het leven kunnen genieten, en hij ziet mensen die alles wat hun hand vindt om te doen dat ook doen, met kracht, inzet en liefde!
In het genieten van het gewone leven ziet Prediker tenslotte de mogelijkheden van gewone mensen. Je zou kunnen zeggen dat hij tenslotte door z'n scepsis heen gaat, hij laat die achter zich, en hij gaat de wereld als het ware met nieuwe ogen bekijken. Hij ziet dan in dat ondanks veel ellende in de wereld, het nieuwe gevonden kan worden in het feit dat mensen het altijd weer samen proberen, met nadruk op samen! Hij ziet het risico van het alleen zijn, én het nut van het samen zijn, en daarvan te genieten.
Voor Prediker is het samen proberen een goede keus, hij ziet het samen iets opnieuw proberen
als een staaltje van praktische wijsheid.
Praktische wijsheid, om nieuwe wegen te gaan.
En voor ons zit er ook een uitdaging in om iets te doen met de werkelijkheid van dat melancholieke gedicht van Evgeni Jevtoesjenko. In de tijd van de voorbereiding op deze dienst “ontving” ik het, dat wil zeggen, opeens ontdekte ik het en zag hoe bruikbaar het vanmorgen zou kunnen zijn. Dat noem ik ontvangen!
Het gedicht van de russische dichter Jevgeni Jevtoesjenko is respectvol van toon, maar heeft ook trekken van scepsis en machteloosheid:
Onbetekenende mensen zijn er niet,
het mensenlot is als van planeten,
elk heeft zijn eigen wijs
en geen planeet is als een ander.
En als iemand onopvallend leefde
en daarmee zichzelf was,
dan was hij ook onder de mensen een boeiend wezen
juist door zijn onopvallendheid.
Elk heeft zijn verborgen eigen wereld,
in die wereld is een hoogst moment,
in die wereld is een vreeslijkst uur,
maar anderen is dit alles onbekend.
En wanneer 's mensen einde nadert,
sterft met hem zijn eerste sneeuw,
en de eerst kus, de eerste strijd,
die neemt hij met zich mee.
Boeken en bruggen, die laat hij na,
machines en schilderijen,
veel blijft achter, zo is beschikt,
maar met hem verdwijnt toch iets.
Zo is de wet van 't onmeedogend spel:
niet mensen sterven, maar werelden,
mensen herinneren wij ons, zondig en klein.
Maar wat hebben wij, in waarheid van hen geweten?
Wat weten wij van broeders of van vrienden,
wat weten wij van onze eigen vader?
Wij, alles wetend, weten niets.
De mensen gaan….geen keert weer,
hun verborgen werelden herleven niet.
En om deze onherroepelijkheid
zou ik telkens weer willen schreeuwen….
En de vraag is nu, nadat we even stilstonden bij wat de Prediker betoogt, en zeker ook wanneer we ons realiseren dat mensen elkaar nooit helemaal écht leren kennen, zoals Jevtoesjenko zegt: wat zou nu de rol van de geloofsgemeenschap in onze tijd kunnen zijn?
Om daarop een antwoord te geven moet ik U eerst iets vertellen over een prachtige ervaring die ik onlangs had met de zogenaamde “Chalice Circles”, tijdens de ICUU-conferentie, die ik bezocht van 9 – 12 juli in Rolduc in Zuid-Limburg. De ICUU is de internationale raad voor Unitariers en Universalisten, en wil wereldwijd mogelijkheden scheppen voor vrijzinnige gemeenschappen om elkaar te ontmoeten. De genoemde conferentie was speciaal bedoeld voor voorgangers. Het was dus een soort internationaal “Bijtanken”.
De Chalice Circle bestaat uit maximaal 6 personen, die om een klein kristallen lichtkelkje zitten, het licht ontsteken, enkele wijsheidsspreuken reciteren, en dan gaan reageren op een aangeleverd thema. Spreker no 1. zegt het zijne of hare over dat thema, en dan gaan eerst alle anderen reageren op wat er gezegd is. De kracht van zo'n circle is dat het accent ligt op de waardering, niet op het beter weten, de kleinering en vernedering. Als er kritiek is wordt deze in de vragende vorm gegoten. Als spreker 1 is uitgesproken volgt spreker 2, enz.enz. Tijdens deze sessies, waar we als het ware steeds naar terugverlangden (iedere sessie duurde twee uur) kreeg ik het verhaal van de wijze koning Salomo voor de geest. Voor hij zijn leiderschap aanvaardt bidt hij om wijsheid en hij zegt dan “Geef mij een horend hart!” ( Lees 1 Koningen 3 over het gebed van Salomo er nog eens op na!) Laat mij luisteren met mijn hart!”
Een horend hart ontwikkelt zich als je luistert, én als je de kans krijgt dat er ook naar jou geluisterd wordt. De methodiek van de Chalice Circles (die wij hier bij de www. Npboosttwente.nl al toepassen) heeft als effect dat er een betrouwbare intieme sfeer kan ontstaan waar mensen leren durven uitwisselen over “hun eigen wereld”, zoals Jevtoesjenko dit formuleert.
Kortgeleden werd in vrijzinnige kring in Nederland het boekje van de Amerikaanse psychoanalyticus en godsdienstwetenschapper James W. Jones uitgegeven, met als titel:”Religie en het relationele zelf”.
Jones werkt als onderzoeker in het John Jay College in New York waar hij onderzoek doet naar de redenen waarom mensen overgaan tot terrorisme, en waar hij als vrijwilliger in 2001, slachtoffers is gaan bijstaan, na de ramp van 11 september, (we beleven het deze maand weer)
Jones zegt: Religieus gemotiveerd geweld is deels te verklaren uit onbewuste psychische motieven, zoals gebrek aan gevoel van eigenwaarde, het gekleineerd worden, en dan de wereld zwart-wit gaan zien. Vaak is er sprake van autoritaire religieuze leiders die gebruik maken van het vernederen van hun aanhangers en absolute verering eisen met een beroep op God. Daarnaast spelen ook specifiek religieuze motieven een rol, zoals het verlangen naar contact met een ultieme hogere werkelijkheid en het verlangen naar zuivering en de transformatie van het kwaad. Deze dubbele motivatie kan onder bepaalde maatschappelijke en culturele omstandigheden van armoede en gebrek leiden tot intolerantie en geweld.
Waar wij nu in onze geloofsgemeenschap naar toe willen is het volgende:
Wij willen een bemoedigende levenshouding, we willen werken met het inzicht dat mensen ernaar verlangen gezien te worden, en gehoord te worden, en dat we daarmee de praktijk van “het horend hart” kunnen ontwikkelen.
We willen een kleinschalige geloofsgemeenschap, waar het vertrouwen van mensen in het bestaan gevoed wordt, waar een waarderend en bemoedigend klimaat is.
De werkelijkheid moet je durven erkennen, het is niet altijd eenvoudig, er zijn veel zaken die scepsis oproepen, maar de kleinschalige oefening, door middel van onze “kleine kringen” , zoals wij die Chalice Circles noemen, in het zien van die ander als een wereld op zichzelf, die boeiend is, dat kunnen we wel volhouden.
We kunnen scepsis overwinnen door vertrouwen, maar moeten altijd wakker blijven.
De NPB is een prima kring om die uitdaging aan te gaan, we kunnen het zijn van een vereniging benadrukken, en het algemeen menselijke van de bijbelverhalen, en van verhalen uit andere verhalentradities naar voren halen om ons geloof, dat het leven leefbaar wordt als we onze angst leren benoemen en overwinnen, te illustreren.
Elkaar ontmoeten in kleine kringen betekent ook dat we iets meer aan elkaar zullen laten zien van onze werelden, zoals de dichter Jevtoesjenko die beschrijft.
We sluiten af met het lezen van nog enkele verzen uit Prediker: 9 : 7 – 10a.
Zie het leven aan met de vrouw die je liefhebt,
alle dagen van je ijle leven
die hij je onder de zon zal geven,
al die dagen van je ijle leven;
want dat is je deel in het leven,
ook voor je zwoegen
waarmee jij zwoegt onder de zon.
Al wat je hand vindt om te doen
doe dat met de kracht die je hebt.
Amen.
Ter afsluiting speelde Jevgenijs Pastuhovs “Oblivion” (Vergetelheid) van Astor Piazolla op de accordeon en hij nam daarmee afscheid van zijn periode bij ons als organist, omdat hij zijn carriere als accordeonist nu vervolgen gaat. Wij wensen hem veel succes!
TERUG //