OVERDENKING

KERSTFEEST 2007
25 DECEMBER 2007 JOHANNESKERK TWEKKELO, 10 UUR
Lieve vrienden, In mijn knipselverzameling vond ik in de afgelopen week een cartoon, gemaakt door de bekende tekenaar F.Behrendt, die U op de voorkant van Uw orde van dienst vindt. De cartoon dateert al van 1964, maar is zo actueel dat hij ook slaat op de dag van vandaag.
Ik weet niet meer precies hoeveel pinbetalingen er gisteren per seconde werden gedaan, ik geloof dat het er 365 waren! Het bericht in het NOS-journaal van acht uur gisterenavond trof me in ieder geval behoorlijk. Omdat er zo veel te krijgen is profiteren we er ook van, en doen we allemaal mee met kopen, kopen, kopen.....
Maar: Wat heb je nou echt nodig, om Kerstfeest te vieren? Die vraag kwam bij me boven toen ik naar de cartoon keek..
We zijn natuurlijk realist genoeg om te erkennen dat we allemaal
wel een beetje meedoen met dat consumentisme, we willen allemaal
ons huis een beetje gezellig maken, we willen een lekker maal met
iets extra's, en we willen onze geliefden ook nog best een
cadeautje geven, al vierden we ook al Sinterklaas deze maand,
maar alla, een Kerstcadeautje is toch ook aardig.
Het aardige van de cartoon op de orde van dienst is dat paar, die Jozef en Maria. Met hun ezeltje zijn ze op weg naar de stad van David, Bethlehem, waar Jozefs familie vandaan kwam, om te worden ingeschreven bij die volkstelling, waarover Lucas schrijft. Er is voor hen bijna geen doorkomen aan. Je kunt je voorstellen dat ze wachten op een gaatje in die horde winkelende mensen op de oversteekplaats om hun weg te kunnen vervolgen. En misschien denken ze wel, terwijl ze bij die zebra wachten: ach mensen, is dat nou echt nodig allemaal, dat gejaag langs die winkels?
Wat er in ieder geval aan de orde is: Maria loopt op alledag en ze snakken naar een plek om rustig te kunnen verblijven. Hoe komen ze door die menigte heen? Die kooplustige menigte. We herkennen onszelf direct!
Maar Maria en Jozef zijn op weg naar een plek waar hun zoon Jezus zal worden geboren, in de nacht, en het verhaal gaat dat velen om hen heen die nacht zullen benadrukken dat het om een bijzonder mens gaat, die zoon van hun die geboren gaat worden! Herders, koningen, engelen.... De zoon die de geschiedenis in zal gaan als de mens die heeft duidelijk gemaakt dat het vooral gaat om de liefde die je uitdrukt in alles wat je doet. En: als je dat met je hart doet, dan doe je dat tot het einde toe
1. Wat heb je nou echt nodig, om als mens te leven en te groeien?
De humanistische psycholoog Abraham Maslow heeft dat eens in de jaren dertig van de vorige eeuw uitgelegd. Hij had onderzoek gedaan naar mensen die je zelfvervullers zou kunnen noemen. Mensen die bij hun daden en keuzen het gevoel hadden dat zij vaak de juiste actie op het juiste moment uitvoerden, zoals presidenten van Amerika, beroemde atleten, wereldleiders.
Als antwoord op die vraag: wat heb je nou echt nodig om mens te worden? vond hij een soort volgorde uit, die hij neerzette als een soort piramide:
Hij zei: Grondvoorwaarde is allereerst dat je geen honger hebt en regelmatig verzorgd wordt. Eten is van levensbelang! Dat eerste niveau is het niveau van de overlevingsbehoeften: eten, drinken, zuurstof, kleding, onderdak.
Dat verhaal van de geboorte in de stal voorziet in ieder geval val in die eerste behoefte.
De omstandigheden waarin Jezus'leven begon waren wel eenvoudig, maar alles was er!
2. Dan komt het niveau van de bestaanszekerheid. Je hebt koestering nodig, warmte, liefde, een vast ritme, regelmaat, orde, stabiliteit, rust. Dan kan het basisvertrouwen zich ontwikkelen. Daar ligt de basis al voor een fundamenteel vertrouwen in jezelf. Ook daaraan wordt voldaan in de stal, mens en dier zijn om hem heen.
Misschien begrijpen we nu ook meer van de mensen op de zebra uit de cartoon: ze zijn vooral bezig met de niveaus 1 en 2: de niveaus van de overlevingsbehoefte en de bestaanszekerheid! Essentieel! Het hoort er allemaal bij!
3. Dan komt het niveau van de sociale behoefte: behoefte aan liefde, de behoefte ergens bij te horen. Liefde betekent vooral erg goed begrepen worden, geheel aanvaard worden. Liefde impliceert een gezonde, tedere betrekking tussen mensen die wederkerig vertrouwen inhoudt. De mens blijft een behoefte houden aan een plaats, in een gezin, of in een groep leeftijdgenoten, waar angst kan worden overwonnen, waar je leert liefde te ontvangen net zoals je behoefte hebt aan het geven van liefde. In zo'n groep leer je een bijdrage te leveren aan een gemeenschap. En je ervaart ook dat wanneer je iets bijdraagt dat dat ook een goed gevoel terug geeft. De kring van zijn joodse familie en van de joodse geloofstraditie betekenden voor al die dingen veel in Jezus'leven, laten we dat niet vergeten!
4. Dan komt het niveau van de erkenning en de waardering. We willen groeien in zelfwaardering, én we hebben waardering door anderen nodig: respect, aanvaarding, erkenning als persoon, erkenning op grond van kwaliteiten, we willen een eigen plaats verwerven in de groep op grond van ons zo-zijn.
5. En dan komt de kans op zelfverwerkelijking. Worden die je in aanleg bent. Als aan de vorige niveaus is voldaan zullen we pas echt toekomen aan de volledige ontplooiing van ons zelf. Want er zijn dan geen angsten meer die ons belemmeren. Van binnen uit weten: dit wil ik doen, hier wil ik voor leven!
Zo heeft het leven van Jezus zich ook ontwikkeld. De liefdevolle aandacht die om hem heen is vanaf de geboorte illustreert dat.
Ergens in een kinderbijbel vond ik de beschrijving van een gesprek,tussen de bijbelschrijvers Lucas en Mattheus. Ze praten samen over hun werk. En dan krijg je de volgende dialoog:
Ik vind dat je een mooi geboorteverhaal hebt geschreven, Lucas, zegt Mattheus.
Dank je wel, zegt Lucas, Vooral dat van die herders vind ik wel goed bedacht, al zeg het zelf. Zulke hardwerkende mensen die weten wat zorgen voor dieren is had ik nodig in mijn verhaal. Komen die ook in jouw geboorteverhaal voor?
Nee, zegt Mattheus, ik heb voor koningen gekozen.
Koningen? vraagt Lucas verbaasd.
Ja, zegt Mattheus, Koningen uit verre landen, Je weet wel, het zijn de koningen van de volkeren waar lang geleden de profeet Jesaja al van droomde: ze zitten de duistere hemel af te turen of er niet ergens van godswege een ster gaat schijnen over deze donkere wereld.
Eens op een dag zo heeft de profeet gedroomd zullen ze voor de poorten van Jeruzalem staan, omdat hun een licht is opgegaan. In zijn dromen zag Jesaja ze al van heinde en verre komen op hun kamelen. Kostbare geschenken voeren zij met zich mee, goud en wierook.
Hebben die koningen in jouw verhaal ook goud en wierook meegebracht?
Natuurlijk, zegt Mattheus, en mirre. Die mirre heb ik er bij bedacht.
Waarom mirre?
Dat zal ik je vertellen, zegt Mattheus. En Mattheus vertelt. Over een ster die een vreemde omweg maakt: hij gaat niet meteen naar Bethlehem, hij brengt die koningen eerst in Jeruzalem, want Jeruzalem zal de volkeren toch de weg naar de Messias moeten wijzen. Jeruzalem laat het echter afweten zoals Mattheus tot zijn grote verdriet heeft moeten constateren, koning Herodes was niet te vertrouwen en dan moet de ster het noodgedwongen weer overnemen. Hij brengt de koningen naar Jezus'geboorteplek, de stal.
Waar komen jullie vandaan? vraagt Jozef.
Wij komen van de einden der aarde zeggen de koningen, we willen god danken voor het licht dat hij de wereld schonk.
De eerste koning knielt voor het koningskind: Ik schenk je goud, metaal van de volmaaktheid, die kosmische energie uitdrukt, ik heb het zelf niet nodig, ik kan het best missen en met dit geschenk druk ik mijn geloof uit dat het waar is dat er in jou, nieuwgeboren kind, iets kostbaars huist, zo kostbaar als de zon, dat licht, warmte en inzicht geeft aan mensen,
De tweede koning zegt: ik geef je wierook. Net zo als wierook ten hemel stijgt, met de geur van heiligheid, zo stijgen onze gebeden, ons verlangen ten hemel, en ook onze dank, en onze overgave.
De derde koning knielt geheel ontroerd voor het kind. Ik geef je mirre, de geurige zalf die geliefden elkaar geven, en het is ook het geurige kruid waarmee de mensen hun geliefde doden balsemen. Want een koningskind als jij leeft elke dag met de dood voor ogen.
Lucas vond dat weer heel mooi bedacht van Mattheus.
Dit soort verhalen, die geboorteverhalen, zijn eigenlijk mythen, of mooie gedichten, die misschien niet echt letterlijk gebeurd zijn. Lucas zou misschien zeggen: Hé, ik heb dat verhaal heus niet uit mijn duim gezogen, hoor, maar ik heb het uit het leven van Jezus gezogen, alles wat ik van Jezus in zijn aardse leven gezien en gehoord en begrepen heb, gaf ik vorm in de ouverture van mijn boek, aan het begin ervan. Wat hij aan mens-zijn heeft laten zien was wel het allerbeste wat er is, zo'n leven vol mededogen is als van godswege. Zo'n voorbeeld hebben wij mensen nodig. Daar knappen we van op. Alleen,ik vertel geen fotografeerbare waarheden, ik vertel geloofswaarheden! En ik heb daarbij mijn verbeelding gebruikt!
Mattheus en Lucas wilden Jezus allebei met een geboorteverhaal eren. Omdat hij een bijzonder mens was. Omdat hij liefde vorm gaf, en mededogen. En vooral ook omdat hij het belang duidelijk maakte van het liefhebben van je vijand. Want dat zijn ook mensen die erkenning nodig hebben, zo was hij van oordeel! Tegelijkertijd gaven Mattheus en Lucas mooie verbeeldingen weer van ons aller verlangen naar een wereld met een menselijk gezicht!
Geboorteverhalen van bijzondere mensen waren trouwens een bekend verschijnsel in de oudheid.
Keizers en koningen van Romeinen en Grieken werden uit maagden geboren want ze zijn immers godenzonen, zo dachten ze over zichzelf, die keizers en koningen! en dus gebruikten Mattheus en Lucas die gewoonte om het geboorteverhaal van Jezus te vertellen. Net zo sluit het verhaal van de datum van het Kerstfeest aan bij het al veel oudere verhaal van de zonnegod Mithras, die op 25 december werd geboren: direct na de kortste dag kwam het licht weer terug, en in die oude tijden meenden de mensen altijd dat bijzondere natuurverschijnselen handelingen van de goden waren! Ergens in de stad Rome is overigens nog steeds een onderaardse grot te vinden die herinnert aan dat lichtfeest van Mithras, op 25 december. Pas in de vierde eeuw is de christenheid met die datum verder gegaan, door die datum te adopteren kon het kerkelijk instituut de geboorte van Jezus vieren: licht in de duisternis!
Tussen het begin van onze jaartelling en nu ligt een enorme geschiedenis. Een geschiedenis waarin de figuur van Jezus van Nazareth door het instituut kerk op een voetstuk werd geplaatst. Jezus was god zelf , en zijn manier van zijn lag eigenlijk buiten het bereik van mensen, zo werd ons altijd verteld.
In het jaar 1945 werd in de plaats Nag Hammadi in Egypte de vondst gedaan van geschriften die ouder zijn dan die van Mattheus en van Lucas en die, in het evangelie van Thomas, 114 uitspraken bevatten van Jezus zelf. In die 114 uitspraken komt Jezus naar voren als wijsheidsleraar, die zijn vrienden, zijn ingewijden, uitnodigt volgens hun kennis van het hart te leven. Het evangelie van Thomas is gnosis-literatuur. Gnosis is kennis van het hart.
En dat aangesproken worden op onze kennis van het hart, ons mededogen, aangesproken worden op onze mogelijkheid om ons hart te laten spreken, maar ook om uitdrukking te geven aan, te werken met onze talenten, brengt ons een geheel nieuwe verbinding met de figuur van Jezus van Nazareth, van wie we vandaag het geboortefeest vieren.
Het mededogen waar Jezus aandacht voor vraagt houdt ook die basisbehoeften in waar Abraham Maslow over schreef in de jaren dertig. Respect en liefde voor de mens, honger uitbannen, zorgen voor onderdak, zorgen dat er zuiver drinkwater is, (u hoorde vast van die actie om aandacht te vragen voor schoon drinkwater wereldwijd, waar die deejays zes dagen zes dagen voor in een glazen huis hebben gezeten en hebben gevast), wat is er immens veel te doen in onze wereld, als je daar bij stilstaat! Maar we hebben dat in ons, dat vermogen tot respect en liefde!
Moeilijk vinden we dat soms wel, te werken met ons vermogen tot liefde en mededogen! We zijn er zelfs bang voor. Toen Nelson Mandela zijn inaugurele rede hield als president van Zuid Afrika, nadat hij 28 jaar gevangen had gezeten op het Robbeneiland, heeft hij een gedicht geciteerd dat is geschreven door de Amerikaanse schrijfster Marianne Williamson.
Onze grootste angst is niet dat we onvolmaakt zijn,
onze grootste angst is dat we mateloos krachtig zijn.
Het is het licht, niet onze schaduw, dat ons het meest beangstigt.
We vragen onszelf: wie ben ik om briljant te zijn, prachtig, talentvol, fantastisch?
Maar wie ben je om dat niet te zijn?
Je bent een kind van God.
Als je je onbelangrijk voordoet, bewijs je de wereld geen dienst.
Er is niets verlichts aan jezelf klein te maken
opdat andere mensen zich bij jou niet onzeker zullen voelen.
We zijn allemaal bedoeld om te stralen als kinderen.
We zijn geboren om de glorie van god die in ons is, te openbaren.
Die is niet alleen maar in sommigen van ons:
maar in iedereen!
Het leek wel of Mandela de geschriften die in Egypte zijn gevonden citeerde: mens, durf je kwaliteit te laten zien, durf te stralen, en dien daarmee de wereld! Heb de moed om je talent te gebruiken, en steun elkaar! Mandela had iets begrepen van wat Jezus bedoeld heeft: durf kind van god te zijn, durf het beste wat je in je hebt te geven aan de wereld!
Dàt hebben we nodig: begrip van deze voorwaarden, om te komen tot meer menselijkheid in onze wereld. Wat een kans voor ons allen om daar aan te mogen bijdragen!
Amen.
Jeanne Traas-Hageman, Enschede