KERSTOVERDENKING 2010

TWEKKELO - NPB Oost-Twente

 

We lazen uit het evangelie naar Mattheus: 2 : 1 – 14

 

Lieve vrienden,

Op 2 november j.l. gingen we met een groepje mensen naar Kampen, om het iconenmuseum daar te bezoeken. Ik moet U zeggen dat we een heerlijke dag hadden met elkaar. De gids in het museum heeft ons heel veel laten zien van de russische iconen die daar hangen, maar er was ook een tijdelijke, heel speciale collectie te zien: een serie iconen uit Ethiopie. Het bijzondere van die afbeeldingen uit Ethiopie was trouwens dat ze een hoofdkleur hadden: blauw. Heel ongewoon, we kennen de russische iconen beter: die zijn vaak uitgevoerd in de kleuren rood en goud.

Heel toevallig bleek later, thuis, dat er in de verzameling kaarten die ik bewaar, met afbeeldingen van iconen en ook van allerlei bijbelse verhalen, opeens een voorbeeld zat van een 18e eeuwse Ethiopische icoon: en die staat nu op de voorkant van Uw orde van dienst.



De prent drukt aan de onderkant de blijdschap uit van Maria die een kind heeft gekregen, we zien hoe ze het kind in de wieg aan twee handvaten omhoog heft alsof ze het iedereen wil laten zien, en boven haar gestalte zien we engelen met zwaarden, het zijn, zo blijkt, beschermengelen, en daarboven zien we twee duiveltjes, U ziet het aan de hoorntjes die ze op hun kop hebben. De tekst naast de prent is koptisch, het is de taal van de kopten, de christenen uit Egypte en van oudsher is dat ook de taal van de christenen uit Ethiopie.
U zult zeggen: maar dit is toch niet het lieflijke en vertrouwde tafereel dat we zo goed kennen: de stal van Bethlehem, Maria en Jozef, en het kindje Jezus, de os en de ezel, de herders, en de drie wijzen?

Misschien is het goed om hier al te zeggen dat Kerstfeest in principe geen romantische viering is van een kind in een kribbe. Het verhaal van Kerstmis gaat eigenlijk over iets anders, over iets diepers, het gaat over een weerbarstig geloof tegen alle bierkaaien en journaals in. Het is het weerbarstig geloof dat een mens, zelfs U, zelfs ik, in staat is om dat eeuwige duister, die eeuwige dreiging die in ons leven altijd weer optreedt, en die ons angstig maakt, om die te verlichten, om hem doorzichtig te maken, ja, om dat wat ons leven soms zo donker maken kan weer draaglijk te maken, lichter dus. Het kind in de kribbe is later uitgegroeid tot een mens die dát weerbarstige geloof altijd vasthield!

Kerstmis, ik zeg het nu maar vast, is een agenda, het is een feest dat aangeeft dat er dingen te doen zijn in onze wereld, want dat is de betekenis van het woord agenda.

Die gelukkige Maria, die moeder met haar kind, wordt vanaf het begin van het leven van haar kind bedreigd, en dat is dan ook de betekenis van die duiveltjes op die prent.

Het verhaal over het begin van het leven van Jezus van Nazareth, zoals dat door de schrijver Mattheus wordt verteld, heeft het ook over de dreiging die boven het hoofd van het kind hangt. We hebben het gehoord door wat we lazen, over het onbehagen van Herodes, die op slinkse wijze erachter wil komen waar hij het kind vinden kan, maar ook door dat oude lied van Joost van den Vondel, dat we zongen: “O Kerstnacht schoner dan de dagen, hoe kan Herodes 't licht verdragen dat in uw duisternisse blinkt”?

De dreiging in het verhaal over koning Herodes met zijn verborgen agenda vol geweld is de jaloezie, de afgunst die de koning voelt, omdat hij het niet accepteren kan dat er een mens zou kunnen bestaan die door zijn koninklijk gedrag – vol mededogen en liefde voor de medemens – zijn ijdelheid als het ware overstraalt. Op de prent wordt gesproken over “discomfort”. Het onbehagen, dat dus ook in Herodes zit.
Herodes is het type mens dat beheerst wordt door de macht: ik ben sterker dan jij en iedereen die sterker lijkt dan ik maak ik een kopje kleiner! Herodes lijkt, zou je kunnen zeggen en om het goed te kunnen begrijpen, op de boze koningin uit het sprookje van Sneeuwwitje!

We begrijpen onmiddellijk dat de dreiging die het kind van Bethlehem boven het hoofd hangt een beeld is voor alles wat kinderlevens bedreigt. Toen, en ook nu.

We hoeven maar te denken aan de verhalen die ons via het nieuws bereiken:

over respectloos omgaan met kinderlevens in kinderdagverblijven,

over respectloos omgaan met kinderlevens in kerkelijke kringen,

of over het verdriet in kinderlevens waar de ouders door AIDS zijn weggevallen, zoals onder de aandacht wordt gebracht door die prachtige actie van DJ's, Serious Request, in Eindhoven afgelopen week, die intussen 7 miljoen heeft opgebracht,

en ook heeft Wikileaks ons heel wat laten zien. Je kunt denken van deze actie wat je er van wilt, maar we beseffen er ook door hoeveel dreiging er voor kinderen zit in oorlog......

Kinderen zijn kwetsbare mensen. En we zijn allemaal kind geweest, en als we hebben mogen uitgroeien tot mensen met vertrouwen in het bestaan dan mogen we van geluk spreken: want dan hebben we ook wel momenten beleefd waarin anderen, onze ouders, of andere volwassenen ons écht hebben zien staan, ze geloofden in ons, ze hadden vertrouwen in ons, en dat bemoedigde ons......

Gezien worden, en beschermd worden, er mogen zijn, dat is een levensbehoefte, van ons allemaal, zeker van kinderen.

Niet alleen Mattheus maar ook Johannes heeft geschreven over Jezus. In zijn verhaal maakt Johannes duidelijk waarom het belangrijk is dat we dat geboorteverhaal vertellen. Hij verduidelijkt iets over de vraag wie die Jezus eigenlijk was.

Johannes laat mensen aan het woord die over hem vertellen vanuit hun eigen ervaring. Zo is er bijvoorbeeld Bartholomeus. Bartholomeus leed er als kind onder dat hij altijd overgeslagen werd, dat was de dreiging waar hij onder leed. “Niemand koos mij ooit uit. Altijd bleef ik als laatste achter, en iedereen zegt altijd dat ik niks kan” vertelde hij. Hij duidt op een sterk gevoel van minderwaardigheid over zichzelf.
Veel later ontmoet hij Jezus van Nazareth. Jezus wil Bartholomeus erbij hebben. Bartholomeus vertelt over de manier waarop Jezus hem begroet heeft: “Zo, ben je daar, Bartholomeus, ik zie dat je betrouwbaar bent!” (Letterlijk haalt Jezus, wanneer hij Bartholomeus begroet, een psalmregel aan: “waarlijk een zoon van Israel, in wie geen bedrog is!”Ps. 32,2).

Hij voelt zich groeien, hij ervaart de uitwerking van een opbouwende uitspraak, die zijn gevoel van eigenwaarde doet toenemen.
Hij ervaart respect voor zijn persoon. Bartholomeus is verwonderd over Jezus: elke dag met hem is een verrassing. Het belangrijkste in zijn omgaan met mensen is dat hij niemand zomaar afwijst. Zelfs voor de mensen voor wie anderen soms een straatje omlopen toont hij respect.
En daardoor voelt hij zich groeien, en wil die houding volgen: een houding van respect voor mensen. Bartholomeus, die ook Nathanael genoemd wordt, (lees maar: het staat in Johannes 1: 47), hij voelt zich vooral gezien door Jezus, hij ervaart een positieve waardering die er voor hem is, en dat maakt ook dat de dreiging die in de afwijzing zit, plaats maakt voor licht in zijn bestaan, hij ervaart dat zijn leven lichter, helderder, gelukkiger wordt.
Als een mens een ander mens écht ziet staan, en hij gedraagt zich daar ook naar, dan zeggen we: hij of zij handelt écht zoals een kind van God dat kán.

Tot dusver hadden we het over allerlei vormen van dreiging die van buiten op ons af komen, en er voor zorgen dat we blokkeren, we ons afgewezen voelen, gepest worden (denk aan kinderen op school), niet verder kunnen, Herodes-dreiging zeg maar.

Maar er is ook nog een vorm van dreiging die ons uitgroeien belemmert, en dat is de dreiging die in onszelf zit. Dan heb ik het over onze ervaring dat we in onszelf zo vaak dat gevecht leveren tussen de dingen waarvan we weten dat we ze niet zouden moeten doen, en de dingen waarin we vertrouwen hebben, waarvan we weten dat ze goed zijn.

Er is een oud gedicht van Jean Racine, de franse dichter uit de 17e eeuw, dat iets van die binnenkant laat zien, van die twee kanten in onszelf die een strijd met elkaar voeren: (het is als lied overigens terechtgekomen in het Liedboek voor de Kerken, nr.88)

Mijn God, gewapend tot de tanden
voeren twee mannen in mij strijd:
éen wil dat ik te rechter tijd
voor U in liefde zal ontbranden,
de ander wil uw recht aanranden
en drijft mij tot opstandigheid.

De éen, vol geest en vol genade
daalde uit de hemel tot mij neer.
Wanneer ik hem maar volg, o Heer,
acht ik alle andre dingen schade.
De ander, afgezant van 't kwade
wil aardse lust en aardse eer.

Ik zoek de vrede en oorlog maak ik
roep vrede, en pleeg snood verraad.
Het goede willen geeft geen baat.
Naar werken van de vrede haak ik
maar 't goede dat ik wil verzaak ik
en doe het kwade dat ik haat.

Kom mijn verscheurde hart genezen,
o Heer, door uw genade groot;
ik ben het zelf die weerstand bood.
Herstel de eenheid van mijn wezen
en laat u dienen en U vrezen
wie eens een slaaf was van de dood.

Ik denk, wanneer ik zeg dat Kerstfeest een Agenda is, dus een moment waarop we ons realiseren dat er werk aan de winkel is om deze wereld menselijker te maken, dat we dan begrip zullen moeten ontwikkelen juist voor die innerlijke strijd in onszelf, en in de ander, en vanuit die bewustheid zullen we iets waarmaken van de houding die Jezus van Nazareth liet zien. Er zijn, zo weten we, gewoon ook verhalen over hem die over zijn eigen innerlijke strijd vertellen! Die strijd is hem niet vreemd. Overigens spreekt het Boeddhisme over de mens die er in slaagt om die Begeerte te overwinnen en los te laten als over een Ontwaakte! Het gaat er over wakker te worden, een bewustheid te ontwikkelen.

Het blijft dus belangrijk om het begin van dat leven van een mens als Jezus te vieren, juist omdat we weten hoe helend zijn manier van omgaan met mensen was. Juist omdat we weet hebben van waartoe die innerlijke strijd kan leiden, tot een keuze voor het Licht, voor het Verlichtend omgaan met de wereld.

En vanuit die bewustheid zullen we zelf ook leren kiezen: voor het vasthouden aan de houding die geinspireerd wordt door dat voorbeeld: van een mens die vol mededogen zijn medemensen ziet staan, en ze het vertrouwen geeft dat ze er mogen zijn. Het anders-zijn van anderen leidt niet meer tot ergernis, maar tot een houding van erkenning, aanvaarding en leven met elkaar van mens tot mens.

Niet als Herodes met macht de ander kleineren, maar kiezen.

Gaan we onszelf nu optimist noemen?

Ik denk dat optimisme over de mens geen oplossing biedt.

Ik denk dat pessimisme over de mens geen oplossing biedt.

Ik denk aan het verhaal van een oude wijze man die, staand voor de keuze voor pessimisme, of voor optimisme, eens een kastanje in zijn hand legde, en zei:

Kijk, uit deze kastanje kán een boom groeien,

daarmee liet hij zien dat hij een hoopvolle realist was. Want veel hangt immers af van wat we kiezen en hoe we kiezen. Hoopvol in de werkelijkheid staan, en doen wat we kunnen om bij te dragen aan het herstel van wat geschonden is, of wat kapot dreigt te gaan, zo'n hoopvolle realist zijn, helend zijn, zoals we weten uit de verhalen over Jezus van Nazareth, van wie we vandaag de geboortedag vieren, dat is een zeer werkelijke optie.

En om het een en ander nog duidelijker te maken, komt de nederlandse taal ons te hulp:

Want, als je nu in je hand geen kastanje legt, maar een eikel! Dan gebruik je de dubbele betekenis van het woord eikel om verheldering te vinden.

Ten eerste is de eikel, net als de kastanje, de vrucht van een eikenboom, waaruit dus een boom kán groeien.

Maar het woord heeft ook de betekenis van een heel onhebbelijk persoon.

Als je dát voor ogen ziet, dan ben je werkelijk een hoopvol realist, wanneer je zegt: “kijk, uit deze eikel kán een boom groeien”. Misschien is dat wel een houding waarmee we de Agenda, die Kerst is, kunnen aanpakken.

Amen.


Jeanne Traas-Hageman

 

TERUG