Kerstoverdenking Twekkelo 25 december 2009
Jeanne Traas-Hageman
We lazen het kerstevangelie uit Lucas 2.
Lieve vrienden,
Eerst zullen we samen luisteren naar de Nativity Carol, het kerstlied over de geboorte, van de engelse componist John Rutter:
te beluisteren
via www.youtube.com, op het zoekvenster
invullen: nativity carol john rutter.
De intimiteit van het lied is terug te vinden in de tekening op de voorkant van onze orde van dienst. Alles waarvan sprake is in het geboortebericht dat de evangelist Lucas heeft opgeschreven zit er in:
- de moeder met
het kind,
- Jozef,
- de os en de ezel,
- de herders met de herdersstaf, en hun schapen,
- de koningen met hun geschenken.
Wat mij vooral treft zijn de gebogen lijnen van de tekening. Daar moet ik iets over zeggen.
De kunstenaar
is een japanse tekenaar. Het enige dat ik over hem weet is dat
hij afkomstig is uit een boeddhistische traditie, maar dat hij zo
gefascineerd is geraakt door de verhalen uit het evangelie, dat
hij die verhalen wel moest gaan tekenen. Hij vond namelijk iets
belangrijks uit zijn eigen traditie terug in de verhalen over
Jezus.
Het feit dat
het belangrijk is te vermelden dat hij vanuit een boeddhistische
traditie werkt is terug te vinden in die gebogen lijnen van deze
afbeelding. Want met een beetje fantasie kun je je, om het
Kersttafereel heen, zoals wij dat zeggen, uitgestrekte armen
voorstellen die het geheel vasthouden. Het plaatje nodigt je uit
om je armen uit te strekken en dat beeld van dat vredig samenzijn
van alle spelers in het Kerstverhaal te omarmen, het vast te
houden. Zo ontroerend is het!
En dat gegeven,
van die uitgestrekte armen, dat is al heel oud, dat is terug te
vinden in een heel oude afbeelding uit de boeddhistische
traditie, die van de Boeddha met de duizend armen. We weten
overigens dat het bestaan van de Boeddha uit het verre Oosten wel
vijf eeuwen ouder is dan het bestaan van Jezus van Nazareth.
Jezus van
Nazareth wordt doorgaans alleen afgebeeld als gewoon mens, net
als wij, met een hoofd, twee armen en benen enzovoort, maar de
Boeddha, die dus veel ouder is, en waar miljoenen mensen door
geinspireerd worden, omdat hij altijd op zoek is naar verlossing
voor de mensen van het lijden aan het bestaan, is ooit afgebeeld
als de Boeddha van het Mededogen, en had elf hoofden, duizend
ogen (waarmee hij al het lijden van de wereld kan zien) en
duizend armen ( die zich naar heel het universum uitstrekken om
hulp te verlenen). Het verhaal over de Boeddha van het Mededogen
wilde de mensen van oudsher leren om het lijden in de wereld te
zien, er niet aan voorbij te lopen, en om hulp te verlenen. Het
herinnerde aan het vermogen dat mensen hebben tot mededogen, tot
compassie, en dat is het erkennen van het recht van elk levend
wezen om gelukkig te zijn en vrij van lijden.
Maar ook in het
verre oosten groeide de behoefte om, als je het hebt over
toepassing van mededogen, dat je dan vooral een concreet
voorbeeld nodig hebt.
God,
het goddelijke, het ruimte biedende geheim dat ons allen omvat,
moet immers bereikbaar worden, zodat we er concreet iets mee
kunnen in ons leven.
En zo is het gekomen dat men, ook in China en Japan in de loop van de eeuwen die gestalte van de Boeddha met de duizend armen wel eens erg ingewikkeld ging vinden, en toen is langzamerhand daarvoor in de plaats gekomen de figuur van de Kwan-Yin.
Ik
heb een Kwan Yin van porselein voor U meegebracht, we kregen hem
eens als cadeau van een vriend toen wij in China verbleven in de
jaren negentig. Als U goed kijkt dan ziet U aan de onderkant een
hele rij met lotusbladeren: mij werd uitgelegd dat die rijke rij
verwijst naar die Boeddha met de duizend armen, en dat ook in
deze vorm het beeld van de Kwan-Yin ons mensen wil leren ons
vermogen tot mededogen te gebruiken.
De
Kwan Yin lijkt erg veel op de figuur van onze westerse moeder
Maria, de moeder van Jezus, en dat is helemaal niet zo gek, want
ook zij, Maria, nodigt ons, als mythische figuur, uit om die
goede traditie vol te houden een voort te zetten, om zorg te
dragen voor elkaar, meevoelend te zijn, mededogen te beoefenen.
Wat
is mededogen, compassie precies? Het woord mededogen is een
samenstelling van "mede" en "dogen".
"Dogen" is een oud nederlands woord dat
"verduren" betekent. Het zit nog in het woord gedogen.
Je verduurt iets, je staat het, ondanks het feit dat je het er
niet mee eens bent, toch toe. Mededogen is dus eigenlijk zoiets
als mée-verduren. Het mée-uithouden zeg maar.
Er wordt gezegd dat wij mensen in ons hart vier goddelijke kwaliteiten dragen die klaarstaan om ons te helpen op onze weg:
Dat zijn:
-
liefde of genegenheid,
-
mededogen,
-
medevreugde en
-
gelijkmoedigheid.
Alle
vier hebben ook tegenkrachten. Vijanden, zeg maar. Wat zijn nu de
tegenkrachten, de vijanden van mededogen? Je hebt een verre
vijand van mededogen, dat is wreedheid, maar de nabije vijand van
mededogen is....
medelijden!
Medelijden
is een nabije vijand omdat het zoveel op mededogen lijkt, maar
meestal toch iets heel anders is.
Medelijden
hebben we wanneer we iemand zielig vinden. Het heeft snel iets
neerbuigends. Elke familie kent wel het afwijkende, meestal verre
familielid dat bij familiefeestjes altijd een gespreksonderwerp
wordt. Er wordt dan over
iemand gesproken en er wordt gezegd: "Ach, eigenlijk moet je
wel meelij met zo iemand hebben." Medelijden is hier dan een
uiting van de eigen voortreffelijkheid, die des te stralender is
als ze wordt afgezet tegen de in onze ogen niet in het leven
geslaagde ander. Alleen leidt dit medelijden vaak niet tot daden
waarmee de betrokkene geholpen zou zijn!
Mededogen,
compassie, hebben we wanneer we werkelijk met iemand méevoelen.
En we zetten onszelf vervolgens in, en we dóen iets, om de
moeite mée uit te houden.
Het
feest van de geboorte van Jezus is belangrijk, omdat mét dat
geboorteverhaal van een gewoon mens opnieuw een begin wordt
gemaakt met dat heel oude inzicht uit de menselijke geschiedenis,
(het leefde dus al in het Hindoeisme, in het Boeddhisme, in het
Jodendom), dat wij mensen, gewone mensen, dus die goddelijke
kwaliteit in ons dragen, die van het mededogen.
De
verhalen uit de levensgeschiedenis van Jezus bieden daarover
talloze voorbeelden, en het sterkste voorbeeld daarvan is denk ik
wel het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. We kennen het
allemaal. Een man daalt af van de ene stad naar de andere stad,
wordt overvallen door rovers en blijft zwaar gewond op de grond
liggen. Een heiligdomsdienaar komt langs, die toch zou moeten
weten dat hij moet helpen, maar hij gaat voorbij, een priester
komt voorbij, maar ook hij doet niks voor de gewonde, en dan,
zomaar, een Samaritaan, van wie de mensen vinden dat-ie bij een
foute club hoort, die laat zijn mededogen spreken en helpt waar
hij helpen kan. Hij laat die goddelijke kwaliteit die in hem
huist daadwerkelijk functioneren, hij werkt er mee!
Stilstaan
bij de geboorte van het goddelijk kind is opnieuw stilstaan bij
die goddelijke kwaliteit in ons, ons eigen vermogen tot
compassie, tot daadwerkelijk meevoelen, en tot het leveren van
een bijdrage aan het herstel van datgene wat in onze wereld
geschonden is, zoals we altijd zeggen als we elkaar de zegen
toespreken.
Het
moge inmiddels duidelijk zijn dat het vermogen tot mededogen in
alle godsdienstige systemen te vinden is: we zagen er iets van in
de Kwan Yin vanuit het boeddhisme.
Op
12 november was ik getuige van de presentatie voor Nederland, in
Amsterdam, van het wereldwijde Handvest voor het Mededogen, de
Charter for Compassion. Het is ontstaan op initiatief van Karen
Armstrong, de historica uit Engeland. Zij ontdekte door haar
studies dat inderdaad in alle religieuze systemen: hindoeisme,
boeddhisme, Jodendom, Christendom en Islam op deze wereld, (en
ook in de kleinere systemen!)het mededogen, de compassie, gelijk
is, de verbindende factor is, het is het erkennen van het recht
van elk levend wezen om gelukkig te zijn en vrij van lijden.
Karen Armstrong kreeg de kans om dat inzicht, dat het zelfs de
bestemming van het mens-zijn is om tot mededogen te komen, nu om
te zetten in het wereldwijd aanvaarde handvest.
Het
is het toepassen van de Gulden Regel: "Doe een ander niet
aan wat je niet wilt dat jou wordt aangedaan", dat nu
wereldwijd aanvaard is.
Het
Handvest voor Mededogen is de derde stap in een wereldwijd proces
van groeiend bewustzijn van verantwoordelijkheid onder de mensen des welbehagens, zoals we altijd met Kerst zeggen. Het is mooi dat we dat kunnen meemaken.
Stap
1 was het Handvest van de Verenigde Naties
uit 1948, na de gruwelijke 2e WO,
stap
2 is het Handvest voor de Aarde uit het jaar
2000, dat de bedoeling heeft om wereldwijd te werken aan een
rechtvaardige en duurzame samenleving, met name ook met het oog
op het milieu,
stap
3 is het Handvest voor Mededogen, het
Handvest voor Compassie, in het engels: Charter for Compassion,
dat mensen aan het werk wil zetten juist met dat vermogen tot
meevoelen. Immers, wanneer je voelt dat een ander met jou
méevoelt, dan word je daarvan een heel mens. Denk aan het
verhaal van de barmhartige samaritaan. Dat hebben we vandaag ook
proberen uit te drukken door het halve poppetje dat U vindt in Uw
orde van dienst, leg het maar eens tegen het halve poppetje van
een ander, besef dat U bent als die ander en dat U beiden dat
vermogen tot mededogen met U meedraagt! Dat U het van elkaar
nodig heeft! Het verhaal van Jezus van Nazareth, bij wiens
geboorte wij vandaag stilstaan, wil ons dat leren.
Ik
dacht: het is een mooi moment vanmorgen om de tekst van het
Handvest voor Mededogen samen te lezen. U vindt het op de
achterkant van Uw orde van dienst.
Handvest voor compassie
Het
principe van compassie of mededogen
ligt ten grondslag aan alle religieuze, ethische en spirituele
tradities; steeds opnieuw wordt daarmee een beroep op ons gedaan
alle anderen te behandelen zoals wij zélf behandeld willen
worden.
Compassie is onze drijfveer om ons onvermoeibaar in te zetten voor het verzachten van het leed van onze medeschepselen, om terug te treden uit het middelpunt van onze wereld en een ander voor het voetlicht te plaatsen, en om recht te doen aan de onschendbare heiligheid van ieder mens en een ieder, zonder enige uitzondering, te behandelen met volstrekte waardigheid, billijkheid en respect.
Daarbij hoort tevens de opdracht om er zowel in het openbare als in het privé-leven voor te waken dat, in welke vorm dan ook, leed veroorzaakt wordt. Door gewelddadig te handelen, door de kwaliteit van het leven van een ander te verslechteren, door de grondrechten van die ander te misbruiken of te ontkennen, en door haat te zaaien met laatdunkende uitingen over anderen -- zelfs over onze vijanden -- doen wij de menselijkheid die wij allen met elkaar delen geweld aan.
Wij erkennen dat wij er niet in zijn geslaagd een leven te leiden vervuld van compassie en dat sommigen uit naam van hun religieuze overtuiging het totale menselijke leed zelfs groter hebben gemaakt.
Daarom roepen wij iedere man en vrouw op om
Het is van wezenlijk belang dat wij compassie in onze gepolariseerde wereld maken tot een duidelijke, lichtende en dynamische kracht. Indien compassie is geworteld in principiële vastbeslotenheid om uit te stijgen boven egoïsme, kan zij politieke, dogmatische en religieuze grenzen slechten.
Als product van onze wezenlijke afhankelijkheid van elkaar, speelt compassie een fundamentele rol binnen menselijke relaties en bij een volwaardig mensdom. Compassie voert naar verlichting en is onmisbaar voor het realiseren van een eerlijke economie en een harmonieuze wereldgemeenschap, waarvan de leden in vrede met elkaar leven.
Zoals gezegd: het delen van deze tekst kan een impuls geven aan vele gesprekken die we hierover nog zullen voeren.
Ik wens U allen een mooie Kersttijd!
Amen.