ÿþ<html> <head> <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=iso-8859-1"> <meta name="KEYWORDS" lang="nl" content="Chronos, Kairos, Janus, Joke Hermsen, Kouwenaar, Sabbath"> <meta name="DESCRIPTION" content="Chronos en Kairos, het beleven van de tijd."> <title> Overdenking januari 2012.</title> <style type="text/css"> body{margin-left:2cm; margin-right:3cm; background-color:#00FFFF; margin-top:2cm; font-weight:bold} p{font-size:15pt; text-align:justify} </style> </head> <body> <h1> Chronos en Kairos </h1> <h2> OVERDENKING &nbsp;&nbsp;&nbsp; januari 2012 </h2> <p>&nbsp;</p> <h3>We lazen: Prediker 3 : 1  15 </h3> <p> &nbsp; </p> <p> Het is januari. Begin van het nieuwe jaar. De naam van de maand gaat terug naar Janus, de god met de twee gezichten, die het begin en het einde, het openen en het sluiten aanduiden in de Romeinse mythologie. Janus is weer afgeleid van het latijnse woord ianua, wat deur betekent. Janus is een van de oudste goden uit de Romeinse godenwereld. Hij werd ook nog geassocieerd met de godheid van de Etrusken, Culsans. Deze godheid beheerde de doorgangen. Een Grieks equivalent is er niet. </p> <p> De eerste dag van Januari was ook in oude tijden al belangrijk: men gaf elkaar kleine geschenken, en men vermeed alles wat een kwade betekenis zou kunnen hebben voor de toekomst: een goed begin is immers het halve werk! </p> <p> Ook het begrip tijd heeft twee aspecten, twee  gezichten . Al in de klassieke oudheid kende men er in Griekenland twee uitdrukkingen voor: Chronos en Kairos. </p> <p> <em>Chronos</em> drukte de kwantitatieve tijd uit (de meetbare tijd). We spreken bijvoorbeeld over een chronometer, over chronologisch, enz.; deze begrippen houden verband met het (ver)tellen over de tijd, en het meten er van, terwijl <br><br> <em>Kairos</em> een uitdrukking is van de kwalitatieve tijd (het juiste moment waarvoor je de tijd neemt). </p> <p> Met andere woorden: er is een verschil, tussen de tijd die dwingt, <br><br> én een tijdsbesef dat ruimte schenkt! <br><br> Zou iets van dat verschil nog zichtbaar kunnen zijn in onze beleving van tijd? </p> <p> Houden wij voornamelijk rekening met meetbare tijd, met op tijd ergens zijn, op tijd iets af hebben,  deadlines , en zoveel mogelijk in een bepaalde tijd iets kunnen doen? Of zijn we ook nog in staat ergens tijd voor te  nemen? Lukt het ons eigenlijk nog wel om als het ware een bres te slaan in de mallemolen, waarin werk, hobby, vrije tijd, familie en vrienden zijn ingedeeld in hokjes in de agenda of van de kalender op de keukenkast, en te midden van al dat gedrang om voorrang, om ruimte te maken die leeg is, open voor het onverwachte, die  gevuld kan worden door gedachten, spontane gesprekken of gemijmer? </p> <p> Soms lijkt het wel of ons leven met de jaren sneller gaat en of op steeds meer terreinen van de maatschappij processen worden versneld en meer en meer van ons wordt verwacht dat we klaar staan en meedraaien.Maar hoe gaan we daar mee om? Hoe gaan we om met de eisen én de mogelijkheden van de maatschappij waarin we leven? Of ook: hoe gaan we om met de eisen die aan ons worden gesteld en de mogelijkheden die wij hebben? </p> <p> Ik herinnerde me tijdens de voorbereiding van dit verhaal weer enkele regels van het liedje van Herman van Veen:  Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben verschrikkelijke haast..... </p> <p> Om onszelf soms een halt toe te roepen, als tegenwicht tegen dat haastige levenstempo van onze tijd. halen we ook nog wel eens een bijbeltekst aan:  Zij die geloven haasten niet . Oké, dacht ik, maar lukt ons dat eigenlijk wel, ons niet haasten? En wat heeft dat eigenlijk met elkaar te maken? En wordt die tekst terecht aangehaald als we haast hebben? </p> <p> Ik ben gaan zoeken en vond uit dat dat spreekwoord:  Zij die geloven haasten niet eigenlijk een beetje een kromme weergave is van een tekst uit de profetie van Jesaja 28 : 16. Het gaat in die tekst niet over haast, maar over iets anders. Aardig is het om de tekst nog eens even goed te lezen: </p> <p> <em>  Daarom, zo heeft gezegd mijn Heer, de Ene, zie, ik leg in Sion een steen ten grondslag, een steen die gekeurd is, een kostbaar hoekblok, gegrond en gegrond, wie daarop vaststaat en vertrouwt, haast zich niet weg . </em> </p> <p> Jesaja spreekt dus over een steen, die gegrond is én gegrond, dubbel stevig als ondergrond dus, en dat betekent: vertrouwen. <br><br> Jesaja zegt in feite: als je vertrouwen hebt, dan durf je ook de dingen eens te laten zijn zoals ze zijn, en dan durf je tijd te némen. Er zijn zoveel mensen die geen tijd durven némen. Het zijn mensen voor wie de groep Loesje in Nederland posters ging ophangen met de tekst <br><br>  Ik moet niet vergeten te zwaaien als ik mezelf voorbijloop . </p> <p> Het zijn mensen die altijd bezig zijn en altijd iets te doen moeten hebben, en bezig gehouden, en geen  nee kunnen zeggen. Zelfs vrije tijd biedt geen rust en wordt met allerlei vermaak opgevuld. Anselm Grün, de benedictijner theoloog zegt met grote stelligheid:  Wie zichzelf altijd haast, leeft ten koste van zichzelf . </p> <p> De nederlandse filosofe Joke Hermsen heeft vorig jaar een boek gepubliceerd dat je  slow kunt lezen: het is het boek  Stil de Tijd . <br><br> De titel heeft zij ontleend aan een regel uit een gedicht van Gerrit Kouwenaar: </p> <blockquote style=" color:#000000; width:14cm; border:1px dotted #B36B00; background:#80F0FF; margin:1cm 1cm 1cm 1cm; padding:1cm; font-family:cursive,verdana,sans-serif" >  Het is laat zoals ieder jaar, <br> de tijd zit krap in zijn heden <br> vandaag is steeds weer geweest <br> steek dus het licht aan dat de toekomst nog uitspaart, <br> spreek het brood aan dat nog niet doof is, <br> maak de taal waar achter zijn tekens, <br> spel het vlees, stil de tijd, leef nog even   <br><br> </blockquote> <p> Joke Hermsen heeft ontdekt dat het de klopjacht van de economische klok is die mede de veroorzaker is van allerlei moderne aandoeningen waar de mens van nu mee te kampen heeft: </p> <p> Vervreemding <br> Cynisme<br> Onverschilligheid<br> Versnelling<br> Verloren zelf<br> Leven voorbij elke hoop of geloof op verandering.....<br><br> </p> <p> De schrijfster heeft in 13 essays een pleidooi opgebouwd voor een andere omgang met de tijd. Veel steun heeft zij daarbij gehad van de filosofie van Henri Bergson. Hij was wiskundige, een veelzijdig wetenschapper die destijds samen met Albert Einstein colleges gaf over tijd en relativiteit. Hij leefde van 1859-1941. </p> <p> Bergson maakte onderscheid tussen  mechanische kloktijd (de tijd die onze agenda beheerst, en, we moeten het natuurlijk toegeven, dat is wel een handig ordeningsprincipe!), </p> <p> en de  tijd als duur . (La durée, de niet mathematisch meetbare tijd, maar de door ons subjectief ervaren tijd, of innerlijke tijd). Dit is de tijd zoals wij hem subjectief beleven. Je zou kunnen zeggen dat, als je weer aan de tijd als duur toekomt, je weer  ziel wordt, je beseft levend te zijn, en je komt misschien weer eens toe aan de ervaring hoezeer je hersenen bestaan uit allemaal opslagplaatsen van indrukken, emoties en herinneringen. Een aardig en ijzersterk voorbeeld is nog altijd dat van de franse schrijver Marcel Proust die in zijn uitvoerige  Op zoek naar de verloren tijd herinneringen terughaalt uit zijn leven, vooral die uit zijn vroege jeugd, waardoor hij het bijzondere van <em>lévend te zijn</em> ervaren heeft, zoals het moment dat zijn moeder in zijn jeugd aan zijn bed zat om met hem te praten over de voorbije dag, of de herinnering aan het kopje thee waarin een Madeleine (een koekje) werd gedoopt. Dat zijn voorbeelden van Tijd als Duur! </p> <p> Simon Vestdijk heeft in 1941 overigens een essay gewijd aan Bergson in zijn geschrift: de Beeldende Filosoof . <br><br> </p> <p> Het valt me wel op dat filosofen die bijvoorbeeld het begrip Tijd ter hand nemen weinig aandacht besteden aan de wijsheid die in het Oude Testament te vinden is over Tijd. Dat zal wel te maken hebben met de pretentieuze interpretaties in de kerken, die vaak uitliepen op machtsdenken.<br> Daarom wil ik hier toch ook aandacht vragen voor het aardige van het Bijbels ritme van de tijd. </p> <p> De eerste scheppingsdagen worden in het boek Genesis aangeduid met het cijfer van hun volgorde. Maar de zevende dag krijgt een naam! Sabbath! Dat is een dag die apart wordt gezet. Het is een dag waarop het besef dat je  van ophouden kunt weten centraal staat. God weet van ophouden, hij rustte immers, en dus mag de mens ook van ophouden weten. Op die dag vallen de verschillen tussen werkenden en niet-werkenden weg, tussen ziek en gezond, tussen verdienen en niks verdienen, er is geen sprake van een bonus, je hoeft niet eerst een aantal uren te maken voor je er recht op hebt. </p> <p> Weten van ophouden is mooi, maar is het ook te realiseren? Wat moet ik dan doen als ik door te werken, afspraken te hebben met mijn vrienden, mijn kinderen, mijn agenda, bij dat jachtige proces blijf, het is toch deel van mijn leven, die verbanden ben ik toch aangegaan? Kan dat, daar tegenin gaan?Is het allemaal niet te mooi voorgesteld? </p> <p> Weten van ophouden houdt in dat je ruimte om te leven geschonken krijgt. Tijd om te beleven, om bewust ruimte leeg te laten, om te ademen, het is een kunst die opnieuw moet worden aangeleerd. Onrust hoort bij het leven, maar rust is broodnodig. Rust wordt je gegund. Laat je daarom niet meesleuren door de haast die je wordt opgelegd. </p> <p> Oké, we begrijpen dat je de sabbat, de rustdag die we zo nodig hebben, een hygienische maatregel kunt noemen, bedoeld om de mens de lichamelijke en geestelijke ontspanning te geven om niet overspoeld te worden. </p> <p> Maar als we de historische en symbolische betekenis van het sabbatsritueel bekijken, maken we kennis met een opvatting, komend vanuit de oudheid, over werk en rust, die afwijkt van onze moderne denkbeelden op dat punt. </p> <p> We leren, door de symbolische betekenis te achterhalen, in bijbelse termen en in termen van de Talmoed, (de verzameling met aanvullingen op het Oude Testament die in de eerste eeuwen ontstaan is), dat het begrip  Werk beschouwd wordt als ieder ingrijpen van de mens in de fysieke wereld, als ingrijpen in de natuur. </p> <p> Rust is een toestand die moet worden bereikt. Op sabbat moet de mens de natuur onaangeroerd laten, dus niets opbouwen, en ook niets afbreken. De natuur moet de natuur blijven. Als je sabbat houdt dan begrijp je iets van de toestand van eenheid tussen mens en natuur. En niet vergeten dat je zelf ook natuur bent, dus jijzelf moet ook onaangeroerd blijven. Door niet te werken  dat wil zeggen door niet deel te nemen aan het proces van natuurlijke en sociale verandering; al het werk is immers werken aan verandering  wordt de mens vrij van de ketenen van de tijd, ook al is het maar een dag in de week. </p> <p> Op de sabbat is de mens niet langer als een dier dat vrijwel helemaal in beslag wordt genomen door de strijd om het bestaan. Op sabbat is hij volledig mens, met inderdaad geen andere taak dan inderdaad mens te zijn. In de joodse traditie is niet het werk de hoogste waarde, maar de rust, de toestand die geen andere bedoeling heeft dan de mens de gelegenheid te geven méns te zijn! Méns zijn wordt in het jiddisch zelfs MENSCH-zijn genoemd! Alsof die toevoeging in letters een soort onderstreping is. Mensch staat voor: betrouwbaar, écht mens(elijk) zijn. <br> Oorspronkelijk komt dat woord sabbat uit het babylonisch, waar het SJAPATOE heette, de zevende dag. Hoort U de klankverwantschap? Maar in die babylonische samenleving was het een dag van rouw en zelfkastijding! Het was een dag gewijd aan Saturnus, en die was het symbool van de tijd. De god van de tijd en dus van de dood! En we hoeven ons de trieste verhalen van de mensen uit streng calvinistische kring maar voor de geest te halen, waar de zondag voor velen een verschrikkelijke dag was, waarop je niks mocht, het was een kwelling! Vergelijkbaar met die oude babylonische visie, was het dus ook een dag van rouw en zelfkastijding! </p> <p> Nu heeft de joodse traditie aan de zevende dag, de dag van de rust van de schepper, een tegenovergestelde betekenis gegeven: de mens, als beeld van god, is niet aan tijd of dood onderworpen, zoals die oude babyloniers geheel somber geloofden. Zij probeerden de heer van de tijd gunstig te stemmen door zichzelf te kastijden, pijn te doen. De bijbel doet een heel nieuwe poging: doordat het ingrijpen in de natuur voor een dag gestaakt wordt, wordt de tijd uitgeschakeld! In plaats van een dag waarop de mens zich neerbuigt voor de heer van de tijd, en een onderworpen, slaafse houding aanneemt, is de bijbelse sabbat het teken van de overwinning, door de mens, van de tijd! Op die dag zegt de mens:  L'Chaim! Leven het leven! Het wordt de dag van vreugde en plezier, van onbekommerd eten, drinken, vreugde, liefdesspel, muziek, en het, zeker zo vreugdevolle, bestuderen van bijbelse woorden! </p> <p> Het is een dag van omkering! Het is Kairos, tijd om te beleven! <br><br> De mens wordt zich steeds opnieuw bewust van het appèl dat zegt: Keer de druk van buitenaf de rug toe! Keer droefheid de rug toe! Neerslachtigheid werkt verwoestend! Denk nog eens aan die tekst van Jesaja: vertrouw er maar op dat het goed is om tijd voor jezelf te némen! <br> Gebruik een list, om jezelf blij te maken. Of, zoals Annie Schmidt het zegt:  Doe wat je 't liefste doet, ja zuster, nee zuster! Want daar knap je van op. </p> <p> Sabbat is bedoeld als Kairos, en nodigt uit om te bedenken wat je moet beoefenen om weer met jezelf samen te vallen, om de druk van buiten de rug toe te keren en om weer van binnenuit te gaan leven! </p> <p> Amen.<br><br><br> Jeanne Traas-Hageman <br><br> Enschede </p> <p>&nbsp;</p> <p><a href="introoverdenkingen.htm">TERUG</a></p> </body> </html>